Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/6.4:6.4 Afsluitende conclusie
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/6.4
6.4 Afsluitende conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85698:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De instemmingsverklaring(en), de 403-aansprakelijkstellingsverklaring en de geconsolideerde jaarrekening met bestuursverslag en accountantsverklaring moeten openbaar zijn voor elk boekjaar waarover de vrijstelling gewenst wordt. In de openbaarmakingsvoorwaarde ontbreekt een koppeling met de systematiek van openbaarmaking als bepaald in art. 2:394 BW. Ook is niet bepaald of de 403-groepsrechtspersoon dan wel de 403-aansprakelijke maatschappij de genoemde stukken openbaar moet maken. Naar mijn mening is het wenselijk voor het depot aansluiting te zoeken bij het bepaalde in art. 2:394 BW en te bepalen dat de groepsrechtspersoon de openbaarmakingsplichtige is.
Om te voorkomen dat het nakomen van de openbaarmakingsverplichting als nadelig effect met zich brengt dat de identiteit van de aandeelhouders, leden of vennoten van de groepsrechtspersoon tegen hun zin in openbaar wordt, zou de praktische oplossing als opgenomen in de Ierse wetgeving aanbeveling verdienen. Er zou dan bepaald moeten worden dat het bestuur van de 403- groepsrechtspersoon moet verklaren dat alle instemmingen zijn verkregen en dat de groepsrechtspersoon deze bestuursverklaring moet deponeren.
De wettelijke regeling waarborgt onvoldoende dat een gedeponeerde 403-verklaring daadwerkelijk van de consoliderende maatschappij afkomstig is. Daardoor is het (doen) deponeren van een valse verklaring niet uitgesloten. Ook indien de regeling zou worden aangevuld in die zin dat de 403-verklaring moet zijn ondertekend door degene die daartoe bevoegd is, blijft misbruik mogelijk, onder meer door vervalsing van een handtekening. Een reële waarborg voor het voorkomen van misbruik die mijns inziens gerechtvaardigd is, wordt bereikt door bepalen dat het moet gaan om gelegaliseerde handtekeningen dan wel een authentiek afschrift van de 403-verklaring.
De wetgever heeft nagelaten behoorlijk te waarborgen dat de schuldeisers en andere externe betrokkenen van de 403-groepsrechtspersoon inzage in, dan wel afschrift van, de voor toepassing van het groepsregime openbaar te maken stukken kunnen krijgen. In de unitaire regeling is bepaald dat dit steeds tegen een redelijke vergoeding mogelijk moet zijn. Die waarborg is in de relevante uitvoeringsmaatregelen niet opgenomen. Voorts zou er bij het gebruik van het groepsregime een verdergaande waarborg moeten zijn voor de hoogte van de te betalen vergoeding, in die zin dat de openbaar te maken stukken verkrijgbaar zijn tegen een vergoeding die niet meer mag bedragen dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn als de jaarrekening van de groepsrechtspersoon zonder gebruikmaking van art. 2:403 BW wel openbaar zou zijn gemaakt.