Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7:Hoofdstuk 7 Groepsregime
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7
Hoofdstuk 7 Groepsregime
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85575:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
En impliciet ook geen verplichting voor de rechtspersoon om het bestuursverslag en de overige gegevens vanaf de oproep voor de jaarvergadering op zijn kantoor aanwezig te doen zijn.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande hoofdstukken heb ik de afzonderlijke noodzakelijke voorwaarden voor het gebruik van het groepsregime door een groepsrechtspersoon onderzocht, waarbij ik bij elke afzonderlijke voorwaarde buiten beschouwing heb gelaten de vervulling van de andere voorwaarden. Pas als alle voorwaarden zijn vervuld, ontstaat voor de tot een groep toetredende of reeds behorende rechtspersoon als omschreven in art. 2:360 BW;
de bevoegdheid om voor de inrichting van zijn jaarrekening af te wijken van het daarover bepaalde in Titel 9 Boek 2 BW; en
gelden van rechtswege niet;
de in Titel 9 Boek 2 BW voorziene bepalingen betreffende de inrichting van het bestuursverslag, en van de overige gegevens;
de in Titel 9 Boek 2 BW voorziene bepalingen betreffende accountantscontrole;
de in Titel 9 Boek 2 BW voorziene bepalingen over openbaarmaking van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens op de in de wet voorgeschreven wijze; en
is er voor het bestuur van de rechtspersoon geen verplichting om het bestuursverslag voor aandeelhouders ten kantore van de rechtspersoon ter inzage te leggen.1
Het vraagstuk dat hierbij opkomt en door mij wordt onderzocht is tot welk tijdstip de tot deze groep toegetreden of reeds behorende rechtspersoon rechtsgeldig zou kunnen besluiten om alsnog voor zijn jaarrekening, bestuursverslag en overige gegevens over een of meer verstreken boekjaren over te gaan tot het gebruik van het groepsregime (paragraaf 7.1).
De tot een groep behorende rechtspersoon die de bevoegdheid tot het gebruik van het groepsregime heeft, kan die bevoegdheid in beginsel verliezen als aan ten minste een van de constitutieve voorwaarden niet langer wordt voldaan, maar het hoeft niet indien binnen de groep op een ander niveau de relevante voorwaarden worden vervuld. Het kan natuurlijk ook zijn dat in groepsverband besloten is om niet langer het groepsregime te doen gebruiken in verband met bijvoorbeeld de aansprakelijkheidsrisico’s. In dat geval komt het door mij te onderzoeken vraagstuk op ingaande welk boekjaar weer aan de gebruikelijke vereisten van Titel 9 Boek 2 BW moet worden voldaan (paragraaf 7.2).
De bevoegdheid van een rechtspersoon tot het gebruik van het groepsregime gaat verloren zodra hij de groep verlaat, in welk geval het vraagstuk opkomt ingaande welk boekjaar hij weer moet voldoen aan de gebruikelijk eisen van Titel 9 Boek 2 BW. Vaak zal deze rechtspersoon weer toetreden tot een andere groep waarbinnen over het al dan niet gebruiken van het groepsregime door de rechtspersoon eigen besluitvorming zal plaatsvinden. Als besloten wordt tot het gebruik van het groepsregime, komt het vraagstuk op of aaneensluitend gebruik tot de mogelijkheden behoort (paragraaf 7.3).
De moedermaatschappij respectievelijk voormalige moedermaatschappij zal in de regel haar 403-aansprakelijkstelling willen intrekken indien aan ten minste een van de andere constitutieve voorwaarden voor het gebruik van het groepsregime door de groepsrechtspersoon respectievelijk voormalige groepsrechtspersoon niet meer is voldaan als ook in de situatie dat zij voor de toekomst geen aansprakelijkheidsrisico’s voor deze rechtspersoon wenst te lopen. Als zij tot intrekking van de 403-aansprakelijkstelling is overgegaan of anderszins deze aansprakelijkheid heeft beëindigd, blijft zij wel hoofdelijk aansprakelijk voor schulden uit rechtshandelingen van haar groepsrechtspersoon of voormalige groepsrechtspersoon die zijn verricht vóór de werking van de intrekking of beëindiging anderszins. Deze uit de 403-aansprakelijkstelling resterende hoofdelijke aansprakelijkheid kan door een voormalige moedermaatschappij onder bepaalde voorwaarden voor haar vroegere groepsrechtspersoon worden beëindigd (paragraaf 7.4).
Een op de Nederlandse regeling toegespitste afsluitende conclusie, mede in het licht van de unitaire regeling heb ik in paragraaf 7.5 opgenomen.
7.1 Eerste cumulatieve voldoening voorwaarden groepsregime7.2 Beëindiging groepsregime bij continuering groepsband7.3 Beëindiging groepsregime door verbreking groepsband7.4 Beëindiging restaansprakelijkheid7.5 Afsluitende conclusie