Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/3:Hoofdstuk 3 Instemmingsvoorwaarde
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/3
Hoofdstuk 3 Instemmingsvoorwaarde
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85538:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het gebruik van het groepsregime door een tot de groep van een andere maatschappij behorende rechtspersoon vereist voor elk jaar dat het gebruik wordt beoogd, de instemming van alle aandeelhouders, leden respectievelijk vennoten. In paragraaf 3.1 ga ik eerst in op de wijze waarop de instemmingsvoorwaarde in de EU richtlijn jaarrekeningen is geformuleerd. Vervolgens bezie ik de wijze waarop hieraan uitvoering is gegeven in de andere drie lidstaten die de unitaire optionele regeling hebben overgenomen (paragraaf 3.2) en daarna de wijze waarop daaraan in de Nederlandse wetgeving uitvoering is gegeven (paragraaf 3.3). In mijn analyse laat ik de vervulling van de overige voorwaarden voor het gebruik van het groepsregime buiten beschouwing. Afsluitend trek ik een op de Nederlandse regeling toegespitste conclusie in het licht van de richtlijn en de uitwerking in de drie andere lidstaten (paragraaf 3.4).
3.1 EU richtlijn jaarrekeningen3.2 Lidstaten met een optioneel vrijstellingsregime3.3 Nederlandse wetgeving3.4 Afsluitende conclusie