Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.6.2:8.6.2 Rechten van de polishouder van een onderlinge waarborgmaatschappij in zijn hoedanigheid van verzekeringnemer
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.6.2
8.6.2 Rechten van de polishouder van een onderlinge waarborgmaatschappij in zijn hoedanigheid van verzekeringnemer
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949910:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CBb 14 december 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1063, Nederlands Juristenblad 2022/250; Jurisprudentie Bestuursrecht 2022/37, m.nt. R.J.N. Schlössels; JOR 2022/64, m.nt. S.M.C. Nuijten; JIN 2022/78, m.nt. R.J.N. Schlössels; Pensioenrecht Updates 2022/66; Rechtspraak Financieel recht 2022/37; AB Rechtspraak Bestuursrecht 2022/204, m.nt. R. Stijnen; JONDR 2022/479; Ondernemingsrecht 2022/22, m.nt. A.M.M. Menken (Polishouders Optas/DNB).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In zijn hoedanigheid van verzekeringnemer heeft hij de rechten die een verzekeringnemer van een naamloze vennootschap ook heeft. Indien de onderlinge waarborgmaatschappij het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, heeft de polishouder op grond van art. 3:119 Wft voorafgaand aan de portefeuilleoverdracht het recht van verzet. Voor de toepassing van dit wetsartikel wordt onder polishouder verstaan de verzekeringnemer of zijn rechtsopvolger, doch indien een uitkering uit de verzekering opeisbaar is, de tot de uitkering gerechtigde.1 Bij de overdracht door een schadeverzekeraar betrokken verzekeringnemers hebben na de portefeuilleoverdracht het opzegrecht omschreven in art. 3:120 lid 7 Wft. Polishouders zijn ook belanghebbenden in de zin van art. 1:2 Awb bij het besluit van DNB op grond van art. 3:119 lid 4 Wft waarin DNB instemt met de portefeuilleoverdracht, en naar mijn mening ook bij het besluit van DNB om in te stemmen met een overdracht van een portefeuille met schadeverzekeringen.2 Zij kunnen daarom tegen het besluit van DNB een bestuursrechtelijke procedure voeren zoals omschreven in de Algemene wet bestuursrecht. Bij een juridische fusie van twee onderlingen hebben schuldeisers het recht van verzet zoals omschreven in art. 2:316 BW. Ik ben op al dergelijke rechten van polishouders in de vorige hoofdstukken ingegaan. In hoofdstuk 10.2 geef ik een opsomming van deze rechten. In dit hoofdstuk 8.6.2. ga ik daarom niet verder in op deze rechten, dat zou alleen maar veel herhaling opleveren.