Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.2.d.ii
7.3.2.d.ii De gelijkstelling van depositary receipts met certificaten
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS601107:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In een enquêteprocedure speelt een vergelijkbare vraag of houders van depositary receipts ook enquêtegerechtigd zijn. In procedures OK 3 december 2009 (ro. 3.2), ARO 2010/1 (Amtel) en OK 31 januari 2011 (ro. 3.2), JOR 2011/140 (A&D Pharma Holdings) oordeelt de OK dat zij gelijk worden gesteld met certificaathouders en dus een verzoek tot enquête kunnen indienen. Een vergelijking met de uitkoopprocedure pas toch minder goed, omdat de strekking van beide regelingen (te) verschillend is. Kort gezegd is het enquêterecht bedoeld als bescherming voor verschaffers van risicovol kapitaal in een vennootschap. Het komt daarom naast houders van aandelen en certificaten ook toe aan andere economische gerechtigden tot deze stukken. Houders van depositary receipts vallen in ieder geval onder deze laatste categorie.
Uniken Venema/Eisma (1990), p. 54; Van den Ingh (1991), p. 15.
Aldus de minister tijdens de parlementaire behandeling van de geschillenregeling, Kamerstukken II 1984-1985, 18 905, nr. 3, p. 15.
O.a. Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/658 e.v.; Van Schilfgaarde/Winter/ Wezeman (2013), nr. 65; Kroeze/Timmerman/Wezeman (2013), p. 98-100; Van den Ingh (1991); Uniken Venema/Eisma (1990).
Uniken Venema/Eisma (1990), p. 57, noemen voorts als kenmerk nog dat er ‘een zeker verband moet bestaan tussen de aandelen en certificaten’. De certificaten moeten volgens hen in zekere zin vereenzelvigd kunnen worden met de aandelen, indien een certificaat bijvoorbeeld is afgeleid van verschillende aandelen in verschillende vennootschappen is er geen sprake van certificering.
Evenzo Uniken Venema/Eisma (1990), p. 55.
Van den Ingh (1991), p. 84; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/670 e.v.
Certificering is veelal bedoeld als bescherming tegen vijandige overnames of om absenteïsme op de algemene vergadering tegen te gaan, hierover Zaman (2008), p. 645-646. De uitgifte van depositary receipts is veel meer bedoeld om de verhandelbaarheid van de desbetreffende stukken te vereenvoudigen, hierover Lander (2008), § 8.4-8.9; Saunders (1993), nr. 50.
Anders: Josephus Jitta onder JOR 2012/78 en JOR 2013/101, volgens hem ligt het door het verschil in motief juist voor de hand om voor de vraag wie als aandeelhouder heeft te gelden door het bewaarbedrijf ‘heen te kijken’ naar de houders van de receipts.
Kuijpers (2011), p. 89; Josephus Jitta onder JOR 2011/45; Salemink onder JOR 2011/43; Kuijpers (2009), p. 420.
Door in de genoemde zaken te oordelen dat het bewaarbedrijf terecht als aandeelhouder is gedagvaard, stelt de OK de betreffende constructies volgens mij op één lijn met certificering.
Een gelijkschakeling van depositary receipts met bewilligde certificaten is onder omstandigheden ook goed verdedigbaar.1 De moeilijkheid is dat de wet, hoewel zij het begrip in verschillende artikelen noemt, geen definitie geeft van het begrip certificaat. De parlementaire geschiedenis verschaft evenmin duidelijkheid.2 De wetgever noemt certificering ‘een constructie waarvan […] de materiële inhoud eindeloos kan variëren’, waardoor het niet goed mogelijk lijkt ‘daarvoor in de wet een deugdelijk kader te scheppen’.3 Tot slot bestaat over de vraag wanneer een certificaat met medewerking van de vennootschap is uitgegeven eveneens discussie.
Hoewel de wet geen definitie geeft, bestaat er wel consensus over de materiële kenmerken van certificering en het instrument certificaat. Over het algemeen wordt aangenomen dat bij certificering in ieder geval van de volgende kenmerken sprake is.4
Allereerst moet degene die de certificaten uitgeeft de aandeelhouder zijn. Hij is in goederenrechtelijke zin rechthebbende tot de aandelen en oefent de aandeelhoudersrechten uit. Voorts is van belang dat hij de aandelen houdt ten titel van beheer voor de certificaathouders. Deze verhouding betreft een fiduciaire verhouding. Een volgens belangrijk kenmerk is dat de certificaathouders jegens de bewaarder aanspraak hebben op de opbrengsten van de gecertificeerde aandelen. Met andere woorden, zij hebben het economisch eigendom op de aandelen en het recht op doorbetaling van het dividend. Deze aanspraak moet haar grondslag hebben in een overeenkomst (bijvoorbeeld de administratievoorwaarden).5 Tot slot is het volgens mij niet relevant of het betreffende instrument een certificaat, een depositary receipt of iets anders wordt genoemd.6
Er bestaat eveneens onduidelijkheid wanneer de certificaten al dan niet met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven.7 Hiervan is in ieder geval sprake indien de vennootschap het initiatief tot certificering heeft genomen. Daarnaast kan de medewerking ook in de statuten of administratievoorwaarden vermeld zijn.
Hoewel er ongetwijfeld bepaalde verschillen bestaan tussen certificaten en depositary receipts, kunnen de laatsten naar mijn mening toch op één lijn worden gesteld met certificaten indien zij over de genoemde materiële kenmerken beschikken. Materieel komen de stukken in dat geval immers overeen met certificaten. Bovendien vertonen certificaten onderling ook onvermijdelijk verschillen. Het verschil in motief dat aan beide constructies ten grondslag ligt acht ik evenmin relevant.8 Deze motieven doen niets af aan de tussen partijen bestaande goederenrechtelijke verhouding tot de aandelen.9
In de literatuur is regelmatig de vraag gesteld of instrumenten als depositary receipts, gelet op de overeenkomsten met bewilligde certificaten, onder de gelijkstelling van art. 2:359a lid 2 BW vallen.10 Indien dergelijke instrumenten de genoemde materiële kenmerken hebben, luidt het antwoord op deze vraag mijns inziens bevestigend. Daarmee is de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW eveneens van toepassing op de houders van dergelijke receipts. Dit geldt overigens niet voor de algemene uitkoopregeling van art. 2:92a/201a BW.