Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.7.3
11.7.3 Kosten doorberekend door een derde partij
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258354:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 11 mei 2017, nr. C-59/16 (The Shirtmakers BV tegen Staatssecretaris van Financiën), ECLI:EU:C:2017:362, r.o. 26.
HvJ EEG 6 juni 1990, nr. C-11/89 (Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster), ECLI:EU:C:1990:237.
HvJ EEG 6 juni 1990, nr. C-11/89 (Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster), ECLI:EU:C:1990:237, r.o. 30.
Conclusie 18 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) betreffende overliggeld en Commentary 7.1. Treatment of storage and related expenses under the provisions of Article 1 (Adopted, 6th Session, 16 September 1983, 30.480).
Sherman & Glashoff geven aan dat inningskosten in het land van uitvoer ook niet in de douanewaarde moeten worden begrepen, omdat zij geen verband houden met het daadwerkelijk vervoer. In de Europese Unie lijkt deze zienswijze niet op te gaan door de ruimte interpretatie die het Hof van Justitie en Conclusie 18 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) geven aan ‘kosten van vervoer’. S.L. Sherman & H. Glashoff, Customs valuation: commentary on the GATT customs valuation code, ICC Pub: 1988, p. 163.
Conclusie 18 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) betreffende overliggeld.
Conclusie 8 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) betreffende kosten voor het innen van luchtvrachtkosten.
Artikel 8, lid 2, onderdeel b, CVA biedt WHO-leden de mogelijkheid om ook losgelden in de heffing te betrekken.
Conclusie 27 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) betreffende de behandeling van vergoedingen verbonden aan de summiere aangifte voor douanewaarde doeleinden.
In het The Shirtmakers BV tegen Staatssecretaris van Financiën-arrest overweegt het Hof van Justitie dat:1
“[…] de „kosten van vervoer” in de zin van die bepaling niet noodzakelijk beperkt tot bedragen die in rekening worden gebracht door vervoerders die zelf de ingevoerde goederen vervoeren. De geldsommen die andere dienstverleners zoals expediteurs in rekening brengen, kunnen kosten van vervoer vormen indien zij verband houden met de overbrenging van de goederen naar het douanegebied van de Unie.”
Voornoemde brengt met zich dat kosten die worden doorberekend door een derde partij ook onderdeel kunnen uitmaken van de kosten van vervoer. In het The Shirtmakers BV tegen Staatssecretaris van Financiën-arrest regelde een expediteur – Fracht FWO BV – het vervoer en belaste de vervoerskosten vervolgens door aan The Shirtmakers BV inclusief de door haarzelf gemaakte kosten en een eigen winst die betrekking heeft op het vervoer. Ook de doorbelaste kosten en winstmarge maken, afgaand op de overwegingen van het Hof van Justitie, deel uit van de kosten van vervoer waarmee de transactiewaarde moet worden verhoogd. De gemaakte kosten en de winst die in rekening worden gebracht voor de bemoeienissen zijn namelijk als nevenkosten aan te merken die worden gemaakt in verband met het vervoer van de goederen naar het douanegebied van de Europese Unie. Het maakt daarbij niet uit wat voor soort overeenkomst tussen koper en expediteur is gesloten. Ik meen dat het Hof van Justitie met voornoemde uitspraak het prijselement ‘kosten van vervoer en verzekering’ te ruim uitlegt en daarmee de werkingssfeer van het prijselement ‘inkoopcommissies’ onterecht beperkt (onderdeel 11.2.3.3.2).
Het Hof van Justitie oordeelt dat ook overliggelden tot de kosten van vervoer behoren.2 Hieronder wordt verstaan “[…] een in de vervoerovereenkomst voorziene vergoeding voor de reder ter compensatie van vertraging bij het laden van het schip […]”.3 De vraag is wel hoe een en ander zich verhoudt met het The Shirtmakers BV tegen Staatssecretaris van Financiën-arrest waarin het Hof van Justitie overweegt dat het beslissend criterium om kosten als kosten van vervoer aan te merken verband houdt met de daadwerkelijke overbrenging van goederen. Gesteld zou kunnen worden dat overliggelden niet in alle gevallen worden aangewend om de goederen fysiek te verplaatsen en het in die zin onjuist is om overliggelden per definitie toe te rekenen aan kosten van vervoer. In dat kader lijkt de plaats waar de overliggelden zijn ontstaan bepalend.4 Indien zij ontstaan voor de fysieke aankomst van de goederen in het douanegebied, zouden zij onderdeel uitmaken van de kosten van vervoer.5 Overliggelden maken echter geen onderdeel uit van de te maken kosten van vervoer indien zij worden betaald ter compensatie van vertraging bij het lossen van het schip in de haven van aankomst.6 Immers, het vervoer tot aan het douanegebied van de Unie heeft dan reeds plaatsgevonden.
Ondanks de ruimte interpretatie van het begrip kosten van vervoer, zijn er ook kosten die niet als hoofd- of nevenkosten van het vervoer kunnen worden beschouwd. De Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) geeft in Conclusie 8 aan dat kosten die verband houden met het innen van vervoerskosten door een luchtvaartmaatschappij van de geadresseerde bij een FOB-levering, geen onderdeel uitmaken van de kosten van het vervoer.7 De in rekening gebrachte inningskosten vormen de vergoeding voor een te onderscheiden aparte dienst die, gezien de zienswijze van het Douane Expertgroep, kennelijk niet voldoende met het vervoer samenhangt om als hoofd- of nevenkosten te worden aangemerkt. Voorts maken de kosten die verband houden met het lossen van de goederen geen onderdeel uit van de kosten van vervoer. ‘Lossen’ is namelijk niet opgenomen in artikel 71, lid 1, onderdeel e, sub ii, DWU.8 Overigens is het in mijn optiek gerechtvaardigd om de loskosten – tenzij het gaat om lossen in verband met het overladen van de goederen in een haven buiten de EU – sowieso buiten de kosten van vervoer te houden. Immers, die kosten hangen dan niet meer samen met het feitelijk vervoer van de goederen naar het douanegebied van de Europese Unie. Tot slot behoren ook de kosten die de koper krijgt doorberekend voor het indienen van een summiere aangifte niet toe aan de douanewaarde.9