Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/8.3.1.3
8.3.1.3 Dismissal als reactie op schending recht op een speedy trial
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS621531:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Barker v. Wingo, 407 U.S. 514 (1972).
412 U.S. 434 (1973).
Whitebread & Slobogin 2008, p. 704.
Whitebread & Slobogin 2008, p. 704: ‘release if prolonged detention is the concern, dismissal without prejudice to the prosecutions ability to reinstate charges if the public obloquy associated with formal charges is the concern, and outright dismissal only if prejudice has occurred’.
487 U.S. 326 (1988).
Zo citeren Whitebread & Slobogin 2008, p. 716 uit de ‘dissenting opinion’ van een rechter in een lager gerecht.
LaFave, Israel & King 2004, p. 871.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof acht dismissal de enig mogelijke sanctie op schending van het recht op een ‘speedy trial’ als bedoeld in het Zesde Amendement.1 In Strunk v. United States2volstond het appelgerecht met strafvermindering ter compensatie van een schending van het recht op een ‘speedy trial’. Het Hooggerechtshof hield echter vast aan zijn rechtspraak dat dismissal de enig mogelijke reactie is, ook al kan dat betekenen dat iemand die schuldig is aan een ernstig misdrijf aan berechting ontkomt: ‘severe remedies are not unique in the application of constitutional standards’, aldus het Hooggerechtshof. In een kritischcommentaar op dit vasthouden aan ‘dismissal als enige mogelijke reactie op schending van het recht op een ‘speedy trial’merken Whitebread & Slobogin op:
‘(...) the severity of the dismissal remedy, and the concern that it will allow dangerous criminals freedom on a technicality, has made the courts loathe to find a deprivation of the speedy trial right in all but the most extreme circumstances. One commentator has contended that the dismissal remedy has converted the speedy trial right from the right of any criminal defendant to have a speedy trial into the right of a few defendants –those most egriously denied a speedy trial –to have the criminal charges against them dismissed.’3
Whitebread & Slobogin stellen in het verlengde van deze kritiek een meer flexibel stelsel voor, waarin de reactie afhankelijk wordt gesteld van het in de concrete zaak geschonden belang. 4
Een nadere federale regeling van het recht op een speedy trial is vervat in de ‘Speedy Trial Act’. Ook op schending van het door die wet gewaarborgde recht op een speedy trial is dismissal de enige mogelijke reactie, zij het dat daarbij door de rechter kan worden gekozen tussen een herstelbare dismissal without prejudice of een onherstelbare dismissal with prejudice. In het laatste geval kan de zaak, anders dan in het eerste geval, niet opnieuw worden aangebracht. In United States v. Taylor5 heeft het Hooggerechtshof uiteengezet dat de rechter bij zijn keuze tussen herstelbare of onherstelbare niet-ontvankelijkverklaring in ieder geval aandacht moet besteden aan: (i) de ernst van de strafbare feiten; (ii) de omstandigheden die tot de niet-ontvankelijkverklaring hebben geleid en (iii) de impact die een nieuwe vervolging zou hebben op de toepassing van de ‘Speedy Trial Act’ en op de rechtspleging, alsmede (iv) aan de vraag of de verdachte is benadeeld. De toetsing behoeft niet tot deze vier factoren beperkt te blijven. Het is geen limitatieve opsomming. Ook wees het Hooggerechtshof er in die zaak op dat, hoewel van een onherstelbare niet-ontvankelijkverklaring een sterker signaal uitgaat, een herstelbare niet-ontvankelijkheid niet moet worden gezien als tandeloos: het dwingt de overheid tot het verkrijgen van een nieuwe ‘indictment’ en stelt de zaak bloot aan lopende verjaringstermijnen. 6Whitebread & Slobogin zetten daarbij vraagtekens:
‘If dismissal without prejudice is permitted, then the defendant has achieved nothing but the privilege of being tried a second time.’
In de meeste statelijke regelingen is onherstelbare niet-ontvankelijkverklaring de reactie op schending van het doordie regelingen gewaarborgde recht op een speedy trial. In sommige staten kan daarentegen enkel de vrijlating van de verdachte in afwachting van de uitkomst van het proces worden gelast. 7