Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.3.1
4.3.1 Geen uitbreiding van de geheimhoudingsplicht
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285613:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Vide: Hoofdstuk 3, par. 4.2.
Hof ’s-Hertogenbosch (geheimhoudingskamer) 11 augustus 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BT8255, V-N 2011/57.4, r.o. 3.17. Vergelijk: ABRvS (wrakingskamer) 31 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2077 (weigering kennisname van abusievelijk door rechtbank toegezonden, ongeschoonde Wob-stukken aan verzoeker is gerechtvaardigd) en HvJ EU 21 januari 2021 (Leino-Sandberg), ECLI:EU:C:2021:52 (weigering openbaarmaking document op grond van de Verordening EU 1049/2001 (Eurowob).
Vergelijk: Raaijmakers merkt op dat deze verplichting niet uit de wet blijkt (J.H.P.M. Raaijmakers in; Geheimhoudingsplicht Belastingdienst (art. 67 AWR), Cursus Belastingrecht, FBR 3.6.0.c (online, geraadpleegd op 11 oktober 2017). Ook de redactie Vakstudie Nieuws vindt de uitspraak opmerkelijk (V-N 2011/57.4). Diezelfde redactie dacht in 1998 overigens nog anders over de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht (V-N 1998/46.31).
Den Boer e.a. 1999, blz. 558. Deze argumentatie is mijns inziens echter onzuiver; ook als ‘kroegpraat’ zou zijn aan te merken als uitvoering van de belastingwet wordt de journalist daarmee geen onderworpen subject.
Die discussie gaat buiten het bereik van dit onderzoek. Vergelijk: redactie Vakstudie Nieuws die schrijft dat een belastingplichtige die abusievelijk verkregen gegevens zonder enige reden bekend maakt civielrechtelijk gezien onrechtmatig kan handelen (V-N 2011/57.4).
Brief Staatssecretaris van Financiën van 7 november 2016, Aanhangsel Handelingen II 2016/17, 436.
Vakstudie Algemeen Deel, commentaar op art. 67 AWR, aant. 16 (online, geraadpleegd op 7 oktober 2017).
Voor zover sprake is van persoonsgegevens zal waarschijnlijk geen gerechtvaardigde grondslag zijn voor verwerking voor bijvoorbeeld commerciële doeleinden (acquisitie). Die discussie gaat buiten het bereik van dit onderzoek. Vergelijk: Rechtbank Noord-Nederland (civiele kamer) 3 mei 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1700, Computerrecht 2017/157 en ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2636, r.o. 10.1 (het rechtmatig verstrekken van Wob-informatie laat onverlet dat deze informatie onrechtmatig kan worden gebruikt).
Brief Staatssecretaris van Financiën van 21 november 2017, Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 470.
Die discussie gaat buiten het bereik van dit onderzoek. Vergelijk: De Volkskrant 30 mei 2019, Datalek bij Belastingdienst na kinderlijke truc met terug-knop in browser, https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/datalek-bij-belastingdienst-na-kinderlijke-truc-met-terug-knop-in-browser~bbfd8bfd/?referer=https%3A%2F%2Fwww.accountancyworld.nl%2F7%2Fnieuws%2F2255%2Faccountants-konden-privegegevens-inzien-door-datalek-bij-belastingdienst.html (online, geraadpleegd op 30 juni 2020).
Zoals in het vorige hoofdstuk al is uiteengezet, is voor de beantwoording van de vraag of de ontvangende partij is onderworpen aan de fiscale geheimhoudingsplicht relevant of hij is aan te merken als onderworpen subject.1 De vraag of fiscale informatie rechtmatig of onrechtmatig is verstrekt, maakt dat niet anders. Een uitspraak van de geheimhoudingskamer van Hof ’s-Hertogenbosch, waarin is geoordeeld dat op een belastingplichtige de fiscale geheimhoudingsplicht zou gaan rusten met betrekking tot abusievelijk toegezonden, ongeschoonde stukken, is mijns inziens dan ook principieel onjuist.2 Het (abusievelijk) schenden van de geheimhouding door de inspecteur creëert geen (afgeleide) geheimhoudingsverplichting op grond van art. 67 AWR voor die belastingplichtige.3 In zoverre is deze casus vergelijkbaar met het voorbeeld van Den Boer e.a. uit 1999. Zij betogen dat, indien een belastingambtenaar in een kroeg zijn mond voorbij praat jegens een journalist, voor die journalist de fiscale geheimhoudingsplicht van art. 67 AWR evenmin geldt omdat ‘kroegpraat’ geen werkzaamheid bij of in verband met de uitvoering van de belastingwet is.4 Dat de geheimhoudingsplicht van art. 67 AWR niet van toepassing is op onderhavige belastingplichtige staat los van een eventuele discussie over het mogelijk (civielrechtelijk) onrechtmatig handelen of het onrechtmatig verwerken van gegevens op grond van bijvoorbeeld privacyregels.5
Naar aanleiding van Kamervragen over het abusievelijk verzenden van gegevens van belastingplichtigen aan de verkeerde belastingconsulent heeft de Staatssecretaris van Financiën onomwonden gesteld dat belastingconsulenten gebonden zouden zijn aan de geheimhoudingsplicht van 67 AWR.6 In de Vakstudie wordt terecht opgemerkt dat belastingconsulenten optreden ten behoeve van belastingplichtigen maar dat zij niet betrokken zijn bij de uitvoering van de belastingwet.7 Dat de belastingconsulent de gegevens waarschijnlijk vernietigt omdat hij niets met de gegevens kan, wil niet zeggen dat hij gebonden zou zijn aan de geheimhoudingsplicht van art. 67 AWR.8 Ook bij de beantwoording van Kamervragen over het toekennen van een beconnummer stelt de Staatssecretaris van Financiën wederom dat belastingconsulenten zouden zijn gebonden aan de geheimhoudingsplicht van 67 AWR.9 Klantgegevens zouden uitsluitend mogen worden gebruikt voor de uitvoering van de belastingwetgeving en bijvoorbeeld niet mogen worden doorverkocht. Een discussie over de reikwijdte van de AVG of de (on)wenselijkheid van het doorverkopen van klantgegevens staat echter los van de geheimhoudingsplicht van art. 67 AWR.10