Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/13.2
13.2 Kernbeschrijving van het huidige recht
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491431:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor lichamen ex art. 2, lid 1, onderdelen a t/m d, Wet VPB 1969 vloeit dit voort uit art. 2, lid 5, Wet VPB 1969. Is sprake van een (beperkt) belastingplichtige, zoals een stichting of vereniging, dan moet eerst worden vastgesteld of de vermogenstitels in en/of de vorderingen op de splitsende rechtspersoon tot het ondernemingsvermogen behoren. In dit hoofdstuk geldt dit als aanname.
Zie art. 3 jo. art. 17, lid 3, onderdeel b, Wet VPB 1969.
Kamerstukken II 1997/98, 25 709, A, p. 5 en Kamerstukken II 1997/98, 25 709, nr. 3, p. 2. De fiscaal gefaciliteerde splitsing op het niveau van de splitsingspartners is onderzocht in hoofdstuk 11.
De regels voor een fiscaal gefaciliteerde splitsing komen in beeld wanneer een lichaam als aandeelhouder, lid, winstbewijshouder, schuldeiser en/of optiehouder betrokken is bij een splitsing. Bij een binnenlands belastingplichtig lichaam behoren de aandelen, lidmaatschapsrechten, winstbewijzen, vorderingen en opties normaal gesproken tot het ondernemingsvermogen.1 Bij een buitenlands belastingplichtig lichaam kan dat ook het geval zijn, namelijk als de aandelen, lidmaatschapsrechten, winstbewijzen, vorderingen en/of opties tot het Nederlandse ondernemingsvermogen worden gerekend. Een fiscaal gefaciliteerde splitsing houdt in dat het betreffende lichaam het voordeel dat wordt behaald door de fictieve vervreemding van de vermogenstitels en vorderingen niet in aanmerking hoeft te nemen.2 De belastingclaim schuift dan door naar de vermogenstitels en vorderingen die het lichaam direct na de splitsing heeft in respectievelijk op de splitsingspartners. Met het oog op de interactie met het deelnemingsregime bevat de Wet VPB 1969 aanvullende voorschriften.3
Bij een buitenlands belastingplichtig lichaam kunnen bepaalde vermogenstitels (zoals aandelen) behoren tot een aanmerkelijk belang (a.b.).4 Ook in die gevallen kan normaliter gebruik worden gemaakt van een doorschuifregeling.5 De belastingclaim schuift dan door naar de vermogenstitels die het lichaam direct na de splitsing heeft in de splitsingspartners.
Ieder lichaam dat in de hiervóór genoemde hoedanigheden betrokken is bij een splitsing kan er zelf voor kiezen de splitsingsfaciliteit wel of niet toe te passen.6 Om in aanmerking te komen voor fiscale facilitering dient te zijn voldaan aan drie randvoorwaarden die eerder in dit onderzoek al zijn onderzocht.7 In dit hoofdstuk wordt aangenomen dat dit het geval is. De fiscale facilitering van de (potentieel toekomstige) participanten en schuldeisers is losgekoppeld van de eventuele fiscale begeleiding van de splitsingspartners.8 Dit zijn dus afzonderlijke sporen.