Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.1.0
3.1.0 Introductie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977236:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. voor de Middeleeuwen: R.R. Post, Scholen en onderwijs in Nederland gedurende de Middeleeuwen, Utrecht: Het Spectrum 1954; D.A. Valcooch, Regel der Duytsche Schoolmeesters, Groningen: WoltersN 1926 (oorspr.1591) en Rogier 1968.
Curs.W. Douma 1922, p. 17.
L. Goetman, De Spiegel der jonghers, Gent: C. Annoot 1488.
Douma 1922, p. 21.
Ibid., p. 43.
Douma 1922, p. 57.
J.I. Israël, De Republiek 1477-1806, Franeker: Van Wijnen 2016, p. 261-270; vgl. het in 2014 en in 2018 geopperde idee om op 26 juli, de dag van het uitvaardigen van het Plakkaat van Verlatinghe in 1581, onafhankelijkheidsdag te vieren; H. Roos, ‘Vier op 26 juli de geboorte van Nederland’, Trouw 27 maart 2014; J. Brandsma, ‘Onafhankelijkheid vier je niet als ideaal’, Trouw 27 juli 2018, p. 9 en J. Teunissen, ‘Over de andere vrijheid van het Plakkaat’, Trouw 30 juli 2018, p. 19.
Ph.J. Idenburg, ‘Machten en krachten in het Nederlandse schoolwezen’, in: Bartstra & Banning (red.), Nederland tussen de Natiën, dl I, Amsterdam: Ploegsma 1946, p. 146; F. Grijzenhout e.a. (red.), Het Bataafse experiment. Politiek en Cultuur rond 1800, Nijmegen: Vantilt 2013, p. 56-57.
Idenburg 1960, p. 81-83 en Van der Pot 1949, p. V-VI.
Janssen & Visser 1970, p. 207-208.
Ibid., p. 24, 57, 77-85, 100, 169. De Didacta Magna (Comenius) bevat een opvoedingsleer en een schoolorganisatie. Hij schrijft ook Janua Linguarum reserata (ontsloten poort der talen); vgl. Rombouts 1927, p. 244-246.
A. Flitner, Comenius, Grosse Didaktik, Pädagogische Texte, Düsseldorf: Helmut Küpper 1954, Douma 1922, p. 67 en Verhaak 1967, p. 10.
Douma 1922, p. 69.
Rombouts 1927, p. 247.
J. Noordman, J.A. Comenius’, in: Kruithof e.a. (red.) 1982, p. 159.
J.A. Komensky, Orbis Sensualium Pictus, Nurnberg 1658; A. Burgers, ’J.A.Comenius (1592-1670)’, Didactief 2014, 1, De Winter 1995 en H. Woldring, J.A. Comenius, Budel: Damon 2014.
Rombouts 1927, p. 249-250.
J. Locke, Some Thoughts Concerning Education and of the Conduct of the Understanding, Dublin: Powell 1728; Grant and Tarcov, Some Thoughts Concerning Education and of the Conduct of the Understanding, Indianapolis: Hackett Publ. 1996 en Douma 1922, p. 84.
A. Burgers, ´John Locke (1632-1704)´, Didactief 2013, 7, p. 13; N.L. Dodde, ’De Nederlandse pedagogische context van Lockes visie op opvoeding en onderwijs’, Geschiedenis van de wijsbegeerte in NL 1990, p. 3 e.v.
Douma 1922, p. 72.
Ibid., p. 72-73; Piëtisme is een lutheraanse vroomheidsstroming in de 17-18e eeuw.
Adr. Stellingwerf, Nieuw verbeterd Voorschrift-boexsken, Deventer: Royaards 1753; zie: W. Los, ‘Huiselijke versus publieke opvoeding´, De achttiende eeuw 1996, p. 119-130 en Opvoeding tot mens en burger, Hilversum: Verloren 2005.
Douma 1922, p. 82.
Ibid., p. 83; Lenders 1988, p. 44.
Joh. Fr. Hennert, Inwijdingsrede Hoogeschool Utrecht, Rotterdam: Abraham Bothall 1766.
J.H. Swildens, Vaderlandsch A-B boek voor de Nederlandsche jeugd, Amsterdam: Holtrop 1781. Van zijn hand verschijnen Burgerbelangboekjes, zie: W.B.S. Boeles, De patriot J.H. Swildens. Zijn arbeid ter volksverlichting geschetst, Leeuwarden: Meyer 1884, N.F. Noordam, ´J.H. Swildens, patriot en volksopvoeder,1745-1809´, PS 1960, p. 49-61 en F. Grijzenhout (red.), ´Inleiding´, in: Idem 2013, p. 22-23, 42-43.
Swildens 1781.
Swildens 1781, p. 52-58; Douma 1922, p. 116-117; Bigot & Van Hees 1968, p. 149-150 en Stilma 2002, p. 62, 70, 75.
Ibid., p. 59.
Ibid., p. 53 (´Een leerzaam Kind ... zal er genoeg van begreepen hebben om nu de volgende zeer gewigtige Vraagen te kunnen beantwoorden´).
Ibid., p. 53.
Douma 1922, p. 119.
Grijzenhout e.a. (red.) 2013, p. 52.
De Spiegel der Jonghers: godsdienstige en zedekundige vorming 1488
Op meer momenten in de geschiedenis is aandacht gevraagd voor de toerusting van burgers met de kennis van de staatsinstellingen, vaderlandsliefde en besef van saamhorigheid.1 Op de stadsscholen is midden vijftiende eeuw onderwezen in ‘de zedichheit en manierlichheit in der kercken ende straten, als dat behoort’.2 Voor die tijd was de Spiegel der Jonghers in gebruik voor het onderwijs in godsdienst en goede zeden (1488).3 Meester Jacob van Schoonhoven te Brugge krijgt in 1503 verlof om zonen der gegoede poorters ‘te leeren lesen, zijfferen en de Walsch’. Vanaf 1509 mag hij ‘maechden houden’ om die te leeren ‘lesen, scriven ende rekenen, mits settende in eene andere Camere dan daer de knechtkens in sitten’.4 In de 16e eeuw heeft de schoolmeester de zorg voor de godsdienstige en zedelijke vorming van de jeugd. Hij heeft ‘te porren tot onderdanigheid aan de Overheid, Kerk, ouders en mombers (voogden) en hen eere, respect en reverentie te bewijzen’.5 In 1597 verschijnt van Muller Ghemeine Seydtbrieven om te leren ‘wel te leven en ordentlijck te schrijven’.6 Het accent lag op het respect voor de overheid, de kerk en de ouders.
Spieghel der Jeught: vaderlandsliefde kweken 1614
Vanaf de stichting van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën (1579-1795) wijzen meer pleidooien op het geven van staatsburgerlijke vorming op de volksscholen.7 De noodzaak wordt gevoeld tot vergroting van het begrip voor de Republiek, door het onderwijzen van republikeinse deugden en de bevordering van het inzicht in de werking van de staatsinstellingen op basis van een vormingsprogramma.8 Voor de geschiedenisles en het opwekken van vaderlandsliefde zijn de Spiegel der Jeugd van Nederlandsche oorlogen (…), Spieghel der Jeught (1614) en Spiegel der Spaansche Tyrannye (1620) verschenen. De zestiende en zeventiende eeuw kennen veel voorschriften en reglementen. Staatsambten en schoolfuncties zijn voor personen van de ware gereformeerde leer voorbehouden. In de zeventiende en achttiende eeuw figureert godsdienst in de volksgeschriften die geïnitieerd zijn door het streven van de Staten-Generaal naar de vergroting van de samenwerking tussen gewestelijke besturen en de burgers.9 Ik geef daarvan enige voorbeelden.
De Swaef: Tractaat van de Opvoeding 1621
In 1621 verschijnt van de onderwijzer Joannes de Swaef het Tractaat van de Opvoeding als het eerste Nederlandstalige pedagogisch volksgeschrift. Het onderwijs strekt tot ‘Gods eer, het gemenebest van de Republiek en der Gemeente des Heren Christi en tot der kinderen heil’.10
Comenius' Opera didactica magna: staathuishoudkunde 1640
In 1640 beschrijft de Tsjechische pedagoog Comenius (1592-1670) in Opera didactica magna (Grote Onderwijsleer, (Grosse Didaktik), 164011) dat (a) Catechismus en bijbelse geschiedenis (b) zedeleer, (c) staathuishoudkunde, (d) algemene geschiedenis (e) wereldbeschrijving nuttige kennis vormen voor de burgerij.12 Comenius' leerboek Portael der Saecken en Spraecken (1658) bevat pedagogisch-realistische passages over de mens, plant en dier, ambt en bedrijf, bestuur van stad en land, rechtswezen, oorlog en vrede, en godsdienst.13 Het pedagogisch realisme is gericht op het onderwijs in de realia (zaakvakken)14, een aansprekende aanschouwelijkheid en het taalonderwijs.15 Hij verbindt in zijn werk de zaakkennis met de talenkennis.
Orbis sensualium pictus 1658
Comenius' Orbis sensualium pictus (De wereld in beelden, 1658) is een kinderencyclopedie met populair-natuurhistorische, maatschappelijke en culturele onderwerpen ‘ter leringhe ende vermaeck’.16 Hij vergelijkt het schoolbedrijf met een drukkerij. Vervolgens schrijft hij Typographeum Vivum, waarin hij de onderwijspers (didachographia) vergelijkt met de drukpers: ‘Zoals een willekeurig stuk papier op de pers gelijkmatig bedrukt wordt, zo moet het in de school met leerlingen gaan (mechanisering of universele methodenleer)’.17 De theorie is leidend, de praktijk volgt.
Locke: Some Thoughts Concerning Education 1693: kennis van de landswetten
Politiek filosoof John Locke (1632-1704) beschreef in zijn in 1693 verschenen Some Thoughts Concerning Education (Enige gedachten over opvoeding) de wenselijkheid voor leerlingen om als toekomstige (staats)burgers over praktische kennis en vaardigheden van allerlei snit te beschikken.18 Hij beschouwt algemene kennis als hét vormingsmiddel tot deugd(zaamheid) en tot het ‘goede leven’. Leervakken als vaderlandsche historie, geografie, koopmansrekenen en boekhouden, astronomie en geometrie vormen een goede toevoeging bij de vakken logica en retorica. Deze zijn bij uitstek geschikt om het beheersen van de moedertaal te oefenen.19 Ten behoeve van de onderwijzer voegt hij enige kennis van de landswetten toe.20 Het curriculum op de burgerscholen, gesticht op basis van de ideeën van de Duitse piëtist Francke (1663-1727), omvat naast lezen, schrijven, rekenen en Catechismus, vaderlandse geschiedenis, aardrijkskunde, natuurlijke historie en kennis van ambten en bedrijven.21
Stellingwerf: Verbeterd voorschrift-boexsken 1753: Regeringe van den Staat
In 1753 komt Stellingwerfs Nieuw verbeterd Voorschrift-boexsken, bestaende in eenige stigtige versjes […], zijnde nog bijgevoegd een kort verhaal der Regeringe van den Staat dezer Vereenigde Nederlanden dat - samen met een christelijk a.b.c. - de wereld en de Vaderlandse Staatsinstellingen22 als een encyclopedie beschrijft.23 Hierna volgt in 1765 Wagenaars Kort begrip der Vaderlandsche Historie dat vanaf 1810 als sequeel van de LO-wet 1806 door Van den Ende op de volksschool is verplicht.24
Hennert: trias politica 1766
In 1766 is er academische aandacht voor de staatsburgerlijke vorming. Hennert oreert in zijn inwijdingsrede aan de Hoogeschool te Utrecht over de trias politica uit het boek De l'esprit des lois (1748) van Charles de Sécondat, Baron de la Brède et de Montesquieu (1689-1755). Deze staat in het licht van ‘de noodzakelykheid om de Beoeffening der Wiskunste met eene goede Opvoedinge gepaart te doen gaan’. In Hennerts bewoordingen: ‘De alleroudste Verdichtzelkunde heeft geene zoo belachelyke versieringe voortgebragt als die, welke Rousseau, aangaande den natuurlyken staat des menschen, over ongelykheid der menschelyke geschapenheid verzonnen heeft. Ik zoude zelfs den uitmuntenden Montasquiou [sic.W] niet van onbedagtzaamheid kunnen vryspreeken. De gewigtige stoffe welke deez Schryver verhandelt, laten niet toe, dat men zig vergenoege met verscheide zaaken eenig en alleen door toespelingen, vergelykingen, en fraye zinspreuken op te helderen’.25
Swildens: burgerschap en staatsinrichting ter bevordering van vaderlandsliefde
In 1781 beschrijft de patriot-jurist J.H. Swildens, waarover we nog in par. 5.2.1.1 komen te spreken, als een verlicht volksopvoeder, in zijn Vaderlandsch A-B Boek voor de Nederlandsche jeugd, thema’s, zoals de ‘pligten van de mensch, God en godsdienst en de inrigting van den Staat ter bevordering van Vaderlandsliefde’.26 Hij wil de moedertaal, het burgerschap en de deugden van vaderlandsliefde, oprechtheid en eerbied voor de natuur bijbrengen. De A.B.-leesoefeningen gaan over ‘de wet, pligt en deugd’.27 Twee grondschetsjes over ‘de staatsgesteldheid onzes vaderlands’28 en ‘de vyf vaderlandsche grondwaarheden’29, met ‘eerbied voor de Overheden en de wetten’, beschrijven de staatsinrichting van de Republiek.30 De vijfde grondwaarheid is de ‘groote Grondslag van alles’: ‘Alle de Heeren Staaten moeten in staatkundige Wijsheid en in alle die Vaderlandsche Deugden uitblinken. Zo kan Eendragt, Recht en Gerechtigheid algemeen heerschen’.31 Swildens' Burgerbelangboekjes geven richtlijnen voor de opvoeding tot deugdzaam republikeins burger.32 Voor historicus Grijzenhout is de vraag, waarmee de Bataven worstelen, die ‘naar de wijze waarop de voor hun republikeinse experiment vereiste deugd is te kweken en in stand te houden’.33