Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/9.7:9.7 Samenvatting
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/9.7
9.7 Samenvatting
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685439:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik onderzocht onder welke omstandigheden het verstrekken van onjuiste informatie leidt tot een schadevergoedingsplicht van de overheid. Die schadevergoedingsplicht ziet op de schade die de fidens als gevolg van het vertrouwen op de juistheid van de informatie heeft geleden. Het gaat om vergoeding van dispositieschade, een term die we ook zijn tegengekomen in het bestuursrecht. Om een onrechtmatige handeling aan te nemen is het – onafhankelijk van de exacte wijze van informatieverstrekking – nodig dat de burger gerechtvaardigd op de informatie kon vertrouwen en in dat vertrouwen iets heeft gedaan of nagelaten dat tot schade heeft geleid. Van gerechtvaardigd vertrouwen zal eerder sprake zijn bij gerichte informatieverstrekking dan in geval van ongerichte, algemene informatieverstrekking omdat in dat eerste geval eerder een rechtsverhouding tussen de overheid en burger ontstaat die tot verplichtingen van overheidszijde leidt.
Om te toetsen of sprake is van onrechtmatig overheidshandelen door schending van een zorgvuldigheidsnorm in de vorm van een waarheidsplicht heb ik aansluiting gezocht bij het door Jansen ontwikkelde afwegingskader voor de aanvaarding van waarheidsplichten als grondslag voor aansprakelijkheid wegens onjuiste informatieverstrekking. Het afwegingskader bestaat uit de gezichtspunten van de aard van de (i) rechtsverhouding, zoals de deskundigheid van de betrokken partijen; (ii) verstrekte informatie, zoals het verschil tussen algemene informatie en concrete informatie en of de informatie ondubbelzinnig is en (iii) betrokken belangen, zoals de vraag of sprake is van grote financiële belangen van de fidens. Over dit afwegingskader heb ik op basis van de rechtspraak geconstateerd dat een burger een voor hem gunstige uitkomst op grond van die afweging deels in eigen hand heeft door het stellen van duidelijke vragen of het doen van een helder verzoek waarin hij het doel van de door hem gewenste informatie en de belangen die daarmee gepaard gaan aan de overheid uiteenzet.
Om causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging en de door de burger geleden schade vast te stellen, zal de civiele rechter toetsen wat zou zijn gebeurd indien aan de waarheidsplicht zou zijn voldaan. De nadere invulling van dat hypothetisch scenario betekent in het algemeen dat moet worden onderzocht of de schade ook zou zijn geleden indien juiste informatie was verstrekt. Alleen als in dat hypothetische scenario de burger geen of minder schade heeft geleden, is sprake van een causaal verband tussen de verstrekte informatie en de geleden schade.
Toerekenbaarheid speelt een zeer beperkte rol bij deze vorm van overheidsaansprakelijkheid. De toerekening is ofwel op grond van schuld ofwel op grond van de verkeersopvattingen bij onrechtmatige inlichtingen een gegeven.
Eenzelfde marginale rol geldt voor het vereiste van relativiteit. In dit hoofdstuk gaat het om de schending van een norm die er in het concrete geval toe strekt te voorkomen dat een burger door niet of onjuist geïnformeerd te zijn op het verkeerde been wordt gezet. Omdat het bij deze vorm van overheidsaansprakelijkheid gaat om een schending van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm geformuleerd voor een concreet geval, is de algemene tendens – zowel in de jurisprudentie als in de rechtsliteratuur – dat relativiteit in het concrete geval in beginsel aanwezig is bij constatering van een onrechtmatige handeling in de vorm van onjuiste informatieverstrekking. Bij de invulling van het onrechtmatigheidsoordeel moet de rechter reeds beoordelen in hoeverre de overheid kon voorzien dat de door haar verstrekte informatie in een concreet geval tot schade kon lijden. Indien in de concrete verhouding overheid-burger onrechtmatigheid wordt aangenomen, wordt daarmee ook al in wezen een relativiteitstoets verricht ten aanzien van de benadeelde, de soort schade van de benadeelde en de wijze waarop de schade is ontstaan
In het volgende hoofdstuk zet ik de verschillen tussen de vertrouwensbreuk bij bevoegdhedenovereenkomsten en toezeggingen enerzijds en onrechtmatige informatieverstrekking anderzijds op een rij. Daarna volgt de synthese van de gevolgen van een vertrouwensschending in het bestuursrecht en het civiele recht in hoofdstuk 11.