Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.6.3
2.6.3 Argumenten voor meer of minder terughoudendheid bij bescherming van door voorlichting gewekte verwachtingen
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661241:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Dat speelt overigens uiteraard niet exclusief bij het aan voorlichting te ontlenen vertrouwen, maar ook op tal van andere terreinen (o.a. navordering, controlebevoegdheden van de inspecteur; zie ook Meijerman 2021, par. 3) en in het algemeen de (contra legem-werking van) algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zie Geppaart 1984, par. 1).
Zie Damen 2018; Van Triet 2021.
Zie Van de Sande 2019, p. 250-252 en Van de Sande 2014, par. 5. Zie ook Barendrecht e.a. 2002, II.3.3, V en p. 123-126.
Daarbij teken ik aan dat overheidsaansprakelijkheid en het vertrouwensbeginsel andere leerstukken zijn en andere criteria stellen (zie Van de Sande 2019, p. 138-139, 211-212, 416-418). De hier relevante overeenkomst is dat sprake is van een situatie waarin de overheid informatie (voorlichting) verstrekt, waarop de burger zal afgaan, terwijl de informatie tekort kan (blijken te) schieten en leidt tot een contra legem-resultaat, en dit probleem de algemene vraag oproept hoe om te gaan met bescherming van de burger bij de uitvoering van de voorlichtende taak van de overheid.
Dat wil zeggen: informatie die niet tot specifieke individuen is gericht, zie Schlössels e.a. 2019, 2019/1021; Van de Sande 2019, par. 4.7.12.2.
Met het bovenstaande is de maatstaf gevormd, maar is nog niets gezegd over de koers ten aanzien van de bescherming van aan voorlichting ontleende verwachtingen. Moet het belastingrecht op dit punt bijvoorbeeld een ruime bescherming bieden aan de burger, of juist terughoudend zijn? Welke argumenten zijn hierbij relevant? Het is op voorhand duidelijk dat de koersbepaling bij de mate van bescherming die het belastingrecht een burger biedt (zoals via het vertrouwensbeginsel) geen ‘zwart-wit’ kwestie is (paragraaf 4.2.3.4, 7.2.1). Er zijn diverse – deels met elkaar op gespannen voet staande – belangen aan de orde, denk aan het legaliteitsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, rechtsbescherming en rechtshandhaving, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.1 Daarom is met name relevant hoe die belangen worden gewogen en welke gezichtspunten daarbij relevant zijn (paragraaf 7.2).
Gezien het bovenstaande is het zinvol om argumenten te inventariseren die pleiten voor een ruime of juist terughoudende koers in de bescherming van de burger ten aanzien van vertrouwenwekkende voorlichting, respectievelijk ten aanzien van gebondenheid van de Belastingdienst aan zijn voorlichting. Bekende argumenten tegen uit de fiscale rechtspraak en literatuur zien op het (algemene) karakter van voorlichting en het belang van de voorlichtende taak van de Belastingdienst (zie paragraaf 4.3.1). Deze argumenten worden geacht te pleiten voor een terughoudende koers bij de bescherming van bij de burger gewekte verwachtingen (paragraaf 4.3).
Daarnaast kan de fiscale theorie inspiratie ontlenen aan de staats- en bestuursrechtelijke literatuur. In die literatuur zijn in de context van het vertrouwensbeginsel in het algemene bestuursrecht2 en het civielrechtelijke leerstuk van overheidsaansprakelijkheid3 argumenten aangedragen die pleiten voor meer of juist minder terughoudendheid als het gaat om gebondenheid respectievelijk aansprakelijkheid van de overheid aan zijn informatie. Ik geef hierna een overzicht van de voor dit onderzoek meest relevante gezichtspunten. Doel van deze blik over de ‘fiscale schutting’ is de fiscale theorievorming verder te brengen door meer inzicht te krijgen in gezichtspunten die relevant kunnen zijn bij de koersbepaling ten aanzien van de mate van bescherming bij door voorlichting gewekte verwachtingen.4 Ik ben daarom specifiek geïnteresseerd in aspecten die betrekking hebben op algemene informatie (zoals voorlichting), wat in de (niet-fiscale) literatuur ook wel ‘ongerichte’5 informatie wordt genoemd.
2.6.3.1 Meer terughoudendheid2.6.3.2 Minder terughoudendheid