De grenzen voorbij
Einde inhoudsopgave
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/4.2.8:4.2.8 Effectieve verantwoordelijkheid: oplossingsrichtingen
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/4.2.8
4.2.8 Effectieve verantwoordelijkheid: oplossingsrichtingen
Documentgegevens:
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw
- JCDI
JCDI:ADS380019:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het internationaal publiekrecht volgt dat staten ook buiten situaties van territoriale en personele jurisdictie verantwoordelijkheid kunnen dragen voor de bescherming van vluchtelingen. In dit hoofdstuk hebben we verschillende typen en gradaties van verantwoordelijkheid onderzocht: die van verdragsstaten voor vluchtelingen die zich op hun grondgebied bevinden, voor vluchtelingen die zich onder hun jurisdictie maar buiten hun grondgebied bevinden (al dan niet gezamenlijk met het land waar de vluchteling zich bevindt) en voor vluchtelingen in andere landen (die overbelast zijn of geen partij bij het Vluchtelingenverdrag). Daarnaast vloeit uit het internationaal gewoonterecht voort dat ook niet-verdragsstaten een zekere verantwoordelijkheid dragen voor het waarborgen van het non-refoulement beginsel ten aanzien van vluchtelingen die zich al dan niet op hun grondgebied bevinden. Om deze verantwoordelijkheden nader te definiëren zou het helpen om een toezichthoudend orgaan bij het Vluchtelingenverdrag in te stellen, dat tevens bevoegd zou zijn om individuele klachten van vluchtelingen te behandelen. Dat zou de ontwikkeling van een gezaghebbende interpretatie van het Vluchtelingenverdrag bevorderen.
Het internationaal recht voorziet daarnaast in criteria voor aansprakelijkheid voor een schending van non-refoulement buiten het grondgebied, met name als deze volgt uit samenwerkingsafspraken tussen twee of meer staten. Aansprakelijkheid kan ontstaan vanwege het uitoefenen van jurisdictie, maar ook als er sprake is van een duidelijke causale relatie tussen een handeling of nalaten van een staat en een onrechtmatige daad die buiten zijn grondgebied plaatsvindt. Zo vormt het willens en wetens voortzetten van de samenwerking met de Libische Kustwacht die leidt tot martelingen in de detentiecentra van Libië, een wrongful act van een staat, hoewel die elders plaatsvindt. Deze kwalificatie sluit aan bij het verbod van refoulement, dat inhoudt dat een uitzettende staat verantwoordelijk is voor het risico op vervolging en daarom de gevolgen vooraf dient te onderzoeken. Ook kan in onze ogen in sommige gevallen een nalaten, zoals het niet ingrijpen bij het schenden van het verbod op refoulement, tot aansprakelijkheid van de niet-ingrijpende staat leiden.
De ILC Articles on State Responsibility en de Principles of Shared Responsibility vormen nuttige, richtinggevende handvatten voor het vaststellen van aansprakelijkheid bij schendingen van het Vluchtelingenverdrag. Zoals we ook hebben betoogd ten aanzien van de interpretatie van het Vluchtelingenverdrag, pleiten we bij de toepassing van de verantwoordelijkheidscriteria op het vluchtelingenrecht voor het toekennen van een centrale rol aan het effectiviteitsbeginsel. De visie dat het Vluchtelingenverdrag een beperkte reikwijdte heeft (een staat is pas verantwoordelijk als iemand zijn grondgebied bereikt), staat op gespannen voet met de solidariteitsgedachte achter het verdrag en de erkenning van non-refoulement als norm van het internationaal gewoonterecht. Een beperkte interpretatie door verdragsstaten leidt tot een leemte in de bescherming en deze leemte lokt een politiek van afweren en weghouden uit. Deze tendens is te keren als staten de verantwoordelijkheid gezamenlijk organiseren, ongeacht waar de vluchteling zich bevindt. Kan deze verdeling louter door financiële afspraken tot stand komen of is een fysieke verdeling van het aantal vluchtelingen noodzakelijk? Wij denken dat een combinatie van deze twee gelijktijdig nodig is. Een mogelijkheid is het tot stand brengen van een solidariteitsmechanisme door middel van een mondiaal fonds waaraan staten naar rato bijdragen. Om fysieke overbelasting van opvanglanden te voorkomen, zullen andere landen daarnaast een bepaald percentage vluchtelingen moeten hervestigen.