Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.5.2
9.7.5.2 Methoden van waardenvorming
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976968:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Nijhuis 2008, p. 119; vgl. Van Crombrugge & Vanobbergen (red.) 2001.
Nijhuis 2008, p. 113; Olgers e.a. 2014, p. 77.
Ibid., p. 122.
W. Veugelers, ´De docent als bemiddelaar van waarden en normen´, in: Vuijsje (red.) 2001, p. 42 en Veugelers & Schuitema 2013.
Vgl. B. Pfeifer, ’Geef student stem bij burgerschap’, Trouw 18 december 2019, p. 24.
Van Deth 1984, p. 241.
Van Achter 1998, p. 30 e.v.
Dahl 1989, p. 256, Lijphart 1977, p. 25-42, Van der Ploeg 1995, p. 69, Hendriks 2006, p. 83, 95 en Van der Geest 2008, p. 10.
A. Lijphart, The politics of Accommodation, Berkeley: University of California 1968 (Ons land is bij uitstek voorbeeld van consociationele verhoudingen: de elites van de zuilen kwamen al tot overeenstemming over politieke vraagstukken); Hendriks 2006, p. 85.
J. Steutel & B. Spiecker, ‘Staatsburgerlijke opvoeding in een liberaal-democratische samenleving’, in: Smeyers & Levering (red.) 2001, p. 228.
Waardencommunicatie gaat over het morele oordeel over de juistheid van handelen in de democratische rechtsstaat en de plurale samenleving.1 Waardenverheldering heeft veeleer als doel de leerlingen zich bewust te maken van het bestaan van democratische basiswaarden en -normen, en zich er een oordeel over vormen. Daardoor is de verheldering een minder directieve, immateriële en reflexieve methode, gericht op de verduidelijking van de waarden-inhoud.2 Met de waardenontwikkeling kan een argumentatiestructuur voor het moreel denken en handelen van leerlingen worden aangeleerd. Daarnaast stimuleert de waardenontwikkeling de morele oordeelsvorming.3
Naast deze modaliteiten introduceert Veugelers de waardenstimulering.4 Het stimuleren tot moreel burgerschap is een proces van houdingsen gedragsvorming. Dit proces begint thuis en op school en wordt voortgezet in het dagelijks leven. Veugelers acht deze waardenstimulering als een zeer bruikbare methode, omdat veel docenten de nodige huiver koesteren waardenoverdracht te hanteren. Ze willen niet moraliseren en zeker niet voorschrijven wat goed burgerschap is. Door de waardenstimulering worden de leerlingen tot een internalisatie van gedeelde (basis)waarden en houdingen aangezet. Ze moeten een eigen waardenpatroon ontwikkelen. Docenten blijken in de praktijk te kiezen voor vormen van waardenverheldering en -communicatie en daarbij het verborgen curriculum te laten werken.5 Als gemengde methoden zijn toepasbaar de waardenoriëntatie en -presentatie. Beide methoden bieden ruimte in het vormen van een individueel moreel waardenpatroon. Bij een schooleigen invulling van de waardenoverdracht is de door Van Deth gekozen benadering van een politieke samenleving als een samenstel van fundamentele idealen praktisch: ‘Hoe groter en hechter de belangstelling voor politiek, des te stabieler zijn de waardeoriëntaties’.6
Burgerschapsattitudes: consociational democracy
In het algemeen is bij burgerschapsvorming een (afgrensbare) opvoeding tot moreel denkend en handelend persoon niet voldoende7, omdat opvoeden óók het toerusten met attitudes zoals burgerzin, fatsoensregels en politieke participatie omvat. Deze opvoeding vindt plaats in de (sub)gemeenschappen die een eigen culturele diversiteit en pedagogische autoriteit claimen binnen de consociational democracy (coalitie van divers samengestelde groepen).8 Een dergelijke participatiedemocratie kenmerkt idealiter onze samenleving en vormt de legitimatie voor een democratische opvoeding.9 Deze cultiveert de persoonlijke deugden, zoals de openheid van geest en de tolerantie voor andermans standpunten en bezwaren van medeburgers in de diverse groepen en (sub)gemeenschappen.10 Met dergelijke deugden en eigenschappen is ieders plaats in de participatiedemocratie mogelijk.