Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/2.13:2.13 Conclusie
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/2.13
2.13 Conclusie
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS396131:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘[D]ie Sicherung der Kaufpreisforderung, ist historisch so tief in unserem Rechtsdenken verwurzelt (…), daû von diesem Ausgangspunkt aus immer wieder versucht wurde, dem Vorbehaltskäufer die Eigentümerstellung und dem Verkäufer nur ein Pfandrecht an der Vorbehaltssache einzuräumen’,1 verzucht Serick, die daarop laat volgen dat een dergelijke benadering voorbijgaat aan de ‘tiefgreifende Wesensverschiedenheit von Vorbehaltseigentum und Pfandrecht.’2
In dit hoofdstuk is de functie van het eigendomsvoorbehoud onderzocht. Aanleiding daarvoor was de veelvoorkomende typering van het eigendomsvoorbehoud als een zekerheidsrecht of de voorbehouden eigendom als door de wet toegelaten vorm van zekerheidseigendom. Onder invloed van de zogenoemde functionele benadering heeft die typering geleid tot voorstellen tot afschaffing van het eigendomsvoorbehoud, omvorming van het eigendomsvoorbehoud tot een pandrecht of analoge toepassing van de voor pandrecht geschreven bepalingen.
In navolging van de wetgever is in dit hoofdstuk daarentegen geconcludeerd dat het eigendomsvoorbehoud geen zekerheid biedt voor de voldoening van de koopprijsvordering en de voorbehouden eigendom derhalve niet kan worden beschouwd als zekerheidseigendom of als een verkapt pandrecht. Het eigendomsvoorbehoud garandeert niet de verkrijging van de koopprijs door de verkoper, maar garandeert uitsluitend dat de verkoper het voorwerp van zijn eigen prestatie niet verliest alvorens de koper de koopprijs voldoet. Daarmee verschaft het eigendomsvoorbehoud een defensieve vorm van zekerheid: het behoud van het voorwerp van de eigen prestatieplicht totdat de daartegenover staande prestatie wordt verkregen. Met het eigendomsvoorbehoud wordt derhalve de voldoening van de eigen prestatie uitgesteld, waarmee de rechten van de verkoper bij ontbinding zijn veiliggesteld. Indien de koper in gebreke blijft met de voldoening van de verschuldigde prestatie, kan de verkoper de koopovereenkomst ontbinden en door middel van zijn revindicatievordering (art. 5:2 BW) overgaan tot opvordering van de verkochte zaak, zonder dat hij daarvoor is aangewezen op een slechts verbintenisrechtelijke ongedaanmakingsvordering.
Dit standpunt wordt in de volgende hoofdstukken nader uitgewerkt en onderbouwd aan de hand van verscheidene vragen rond het eigendomsvoorbehoud. Daarbij zal blijken dat dit verschil in benadering van de functie van het eigendomsvoorbehoud niet zelden ook tot andere uitkomsten leidt.