Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/9.3.3
9.3.3 Duidelijkheid over de toepassing van een regel
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS415004:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Bij omvangrijke wetswijzigingen kan het lastig zijn om reeds in een vroeg stadium met zekerheid aan te geven wat de inhoud van het overgangsrecht zal zijn. Bij de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling op 1 januari 2005 is om die reden toegezegd dat in de loop van het kalenderjaar zal worden bezien in hoeverre het nieuwe pensioenkader is geïmplementeerd. Naar aanleiding van het onderzoek dat vervolgens is uitgevoerd heeft het kabinet besloten in aanvullend overgangsrecht te voorzien. Kamerstukken II 2005/06, 30 330, nr. 3.
Gribnau 2005, p. 82-83.
Teneinde belastingplichtigen die ten gevolge van een wetswijziging dreigen te worden geconfronteerd met materieel of maatschappelijk terugwerkende kracht zekerheid te verschaffen, is het wenselijk dat er in een zo vroeg mogelijk stadium zekerheid is over de vraag of, en zo ja, wat voor overgangsmaatregelen getroffen gaan worden.1 Overgangsmaatregelen bepalen immers in hoeverre een regel in een bepaalde situatie van toepassing wordt. Gribnau merkt in dit kader op:2
‘Vage en onzekere belastingwetgeving beperkt dan de handelingsvrijheid, de mogelijkheid tot rationele planning en de autonomie van het individu. Rechtsonzekerheid is zo een bedreiging van de burger (het zogenaamde chilling effect). Dit geldt ook voor onzekerheid over het overgangsregime ingeval van bijvoorbeeld afschaffing van bepaalde fiscale wetgeving.’
Duidelijkheid over de toepassing van een regel bewerkstelligt dat ook belastingplichtigen die verkeren in een ‘bestaande toestand’ in het zicht van een wetswijziging – voor zover mogelijk – weten waar zij aan toe zijn. Indien de wetgever voor deze groep belastingplichtigen afziet van een overgangsmaatregelen omdat zij geacht worden de schade die zij zullen ondervinden van de nieuwe regel zelf te kunnen beperken, dient de wetgever hierover zo spoedig mogelijk duidelijkheid te verschaffen. ‘Bestaande toestanden’ zullen immers alleen geneigd zijn te anticiperen op de nieuwe regel indien zij met een redelijke mate van zekerheid kunnen vaststellen dat voor hen geen begunstigende overgangsmaatregel zal worden getroffen.