Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VI.4.2.2
VI.4.2.2 Omvang van de one tier board
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242762:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zoals ik in § VI.3.2 al schreef, resulteert het door de niet-uitvoerende bestuurders uitgeoefende toezicht niet in een stem voor of tegen het voorgenomen besluit indien bij of krachtens de statuten toepassing is gegeven aan art. 2:129a/239a lid 3 BW en de uitvoerende bestuurders derhalve zelfstandig besluitvormingsbevoegd zijn.
Zie over besluitvorming in een one tier board § V.7.
Althans, bij beursgenoteerde Engelse vennootschappen. Code provision 11 van de UK CGC 2018 schrijft namelijk voor dat ten minste de helft van de board, de voorzitter niet meegerekend, uit onafhankelijke non-executives bestaat. Voor Arubaanse vennootschappen volgt uit art. 51 lid 1 LVBA dat de niet-uitvoerende bestuurders een numeriek overwicht moeten hebben.
Zie best practice bepaling 5.1.1 van de Code.
Zie Kamerstukken I 2010/11, 31 763, C, p. 22 (MvA).
Voor structuurvennootschappen schrijft art. 2:164a/274a lid 1 jo. 2:158/268 lid 1 BW voor dat het niet-uitvoerende deel van het bestuur uit ten minste drie leden bestaat. Voorts bepaalt art. 13 Uitvoeringswet SE voor SE’s dat het bestuur uit ten minste drie leden bestaat. Of deze leden een uitvoerende of niet-uitvoerende hoedanigheid hebben, is niet relevant. Zie § II.3.4.
Boschma e.a. 2018, p. 92.
Zie art. 2:129/239 lid 2 BW.
Idem Keukens & Visser, WPNR 2013/6993, p. 945.
Zie bijvoorbeeld § VI.4.4.4 en § VI.4.5.5.
Het toezicht van de niet-uitvoerende bestuurders speelt zich al vroeg in het besluitvormingsproces af. Omdat de niet-uitvoerende bestuurders in de regel deelnemen aan de besluitvorming van het bestuur, resulteert het door hen gehouden toezicht in een stem voor of tegen het voorgenomen besluit.1 Op het eerste gezicht lijkt het dan ook raadzaam het bestuur zodanig samen te stellen dat de niet-uitvoerende bestuurders de meerderheid van de stemrechten hebben. Aangezien bestuursbesluiten in beginsel bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen worden genomen, zijn zij in dat geval gezamenlijk in staat bestuursbesluiten te blokkeren.2
De niet-uitvoerende bestuurders hebben de meerderheid van de stemrechten wanneer zij getalsmatig in de meerderheid zijn. Een voorwaarde is dan wel dat iedere bestuurder evenveel stemmen mag uitbrengen. In Engeland en op Aruba zijn de niet-uitvoerende bestuurders steeds in de meerderheid.3 Ook bij Nederlandse beursvennootschappen behoren de niet-uitvoerende bestuurders in aantal te domineren.4 De minister vond het niet nodig dat ook in Boek 2 BW vast te leggen. De situatie dat de niet-uitvoerende bestuurders een minderheid vormen ten opzichte van de uitvoerende bestuurders, doet zich volgens hem niet snel voor.5 Art. 2:129a/239a lid 1 BW bepaalt daarom slechts dat het bestuur uit ten minste één uitvoerende en één niet-uitvoerende bestuurder bestaat.6
Uit het evaluatieonderzoek naar de werking van de Wet bestuur en toezicht blijkt dat bij 24,2% van de vennootschappen met een monistisch bestuursmodel de uitvoerende bestuurders een numeriek overwicht hebben. Bij 24,8% van de vennootschappen met een one tier board houden de uitvoerende bestuurders en de niet-uitvoerende bestuurders elkaar in evenwicht.7 Dit wil evenwel niet zeggen dat de niet-uitvoerende bestuurders bij deze vennootschappen niet in staat zijn effectief toezicht te houden. In de statuten kan immers worden bepaald dat een niet-uitvoerend bestuurder meer stemmen kan uitbrengen dan een uitvoerend bestuurder.8 Bevatten de statuten een dergelijke bepaling, dan kunnen de niet-uitvoerende bestuurders de uitvoerende bestuurders steeds overrulen.9
Bij nader inzien meen ik dat het hebben van een meerderheid van de stemrechten geen randvoorwaarde is voor het houden van behoorlijk toezicht. De niet-uitvoerende bestuurders kunnen ook op andere wijzen in staat worden gesteld effectief toezicht te houden. Ik kom daar in het hiernavolgende op terug.10