Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.4.1
6.8.4.1 Algemeen
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397288:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie omtrent het onderscheid tussen lagere vaststelling en het intrekken van een besluit tot subsidieverlening met terugwerkende kracht Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 180-181.
Op grond van artikel 4:57, derde lid, van de Awb kan een bestuursorgaan de teruggevorderde bedragen in jaar X verrekenen met subsidiebedragen over jaar X+1, namelijk wanneer een bestuursorgaan jaar na jaar subsidie verstrekt aan dezelfde ontvanger. Zie hieromtrent Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 104.
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 102. Zie ook Bok 2002, p. 175.
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 102.
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 102.
Zie ook ABRvS 30 augustus 2006, AB 2006, 240, m.nt. M.J. Jacobs en W. den Ouden, onder AB 2006, 241 (Sociaal Economische Samenwerking West-Brabant), r.o. 2.10.3.
Alvorens in de volgende paragrafen wordt bezien in hoeverre het sanctiesysteem neergelegd in de Awb van toepassing is op de verstrekking van Europese subsidies door nationale uitvoeringsorganen, wordt in de onderhavige paragraaf eerst ingegaan op de kenmerken van dat systeem. De sanctiebepalingen zijn te vinden in de artikelen 4:46, 4:48 en 4:49 van de Awb. Artikel 4:46 van de Awb regelt in welke gevallen de subsidie lager kan worden vastgesteld. De artikelen 4:48 en 4:49 van de Awb maken het mogelijk dat respectievelijk een besluit tot subsidieverlening1 en -vaststelling met terugwerkende kracht kan worden ingetrokken. Belangrijk is dat indien een subsidie lager wordt vastgesteld of ingetrokken, vervolgens een besluit moet worden genomen op grond waarvan de onverschuldigd betaalde subsidie kan worden teruggevorderd.2 De grondslag hiervoor is te vinden in artikel 4:57 van de Awb. Hoewel de bevoegdheid tot terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen discretionair is geformuleerd, dient de afweging in hoeverre het gewenst en toelaatbaar is om op de eerdere verlening dan wel vaststelling van het subsidiebedrag terug te komen, bij het vaststellings- of intrekkingsbesluit te worden gemaakt.3 Als de uitkomst van deze afweging is dat lagere vaststelling of intrekking mogelijk en gewenst is, ligt het uit een oogpunt van zorgvuldige besteding van publieke middelen voor de hand dat het bestuursorgaan een 'terugvorderen, tenzij'-beleid voert4 Wel dient het subsidieverstrekkende bestuursorgaan bij de beslissing om á dan niet tot terugvordering over te gaan zich aan de algemene beginselen van bestuur te houden, zoals het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel.5
Zoals uit de volgende paragrafen zal blijken, bieden de sanctiebevoegdheden in theorie veel bescherming aan de subsidieontvanger. Zeker wanneer de subsidie eenmaal is vastgesteld, wordt ervan uitgegaan dat de subsidieverhouding in beginsel is afgesloten en daarop niet zomaar mag worden teruggekomen.6