Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.5.4:11.5.5.4 Het tijdstip van betaling
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.5.4
11.5.5.4 Het tijdstip van betaling
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258712:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 9 maart 2017, nr. C-173/15 (GE Healthcare GmbH tegen Hauptzollamt Düsseldorf), ECLI:EU:C:2017:195, r.o. 54.
Canadian International Trade Tribunal 7 mei 1992, nrs. AP-89-151 en AP-89-165 (Polygram Inc. v. Canada (National Revenue)). Hoewel een Canadese rechter in de Europese Unie geen rechtsmacht heeft, lijken mij de in dit arrest formuleerde uitgangspunten nuttig en bruikbaar.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het tijdstip waarop de betaling voor het royalty of licentierecht plaatsvindt, is ondergeschikt aan de vraag of een betaling betrekking heeft op een ingevoerd goed. Ook als ten tijde van het sluiten van de licentieovereenkomst of het moment waarop een douaneschuld ontstaat onbekend is wat de hoogte van de betaling voor het royalty of licentierecht is, laat dit onverlet dat een dergelijke betaling betrekking heeft op ingevoerde goederen. Dit volgt uit de zaak GE Healthcare GmbH tegen Hauptzollamt Düsseldorf van het Hof van Justitie, waarbij het bedrag werd vastgesteld aan het einde van het jaar op basis van een percentage van de jaaromzet.1
Indien de hoogte van de royalty- of licentiebetaling wordt bepaald aan de hand van een percentage van de prijs waartegen de goederen na invoer worden doorverkocht, maakt het mijns inziens voor de ‘bijtelling’ niets uit dat soortgelijke goederen tegen verschillende prijzen worden doorverkocht. Zo oordeelde het Canadian International Trade Tribunal in het Polygram Inc.-arrest dat betalingen voor royaltyrechten, welke varieerde afhankelijk van de prijs waartegen de ingevoerde geluidsregistraties werden verkocht, niettemin betrekking konden hebben op de ingevoerde goederen, ook als de kosten van de doorverkoop verschilden afhankelijk van de zanger en kosten van de geluidsregistratie.2