Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.5.6
11.5.5.6 Gedeeltelijk betrekking op ingevoerde goederen
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258715:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 9 maart 2017, nr. C-173/15 (GE Healthcare GmbH tegen Hauptzollamt Düsseldorf), ECLI:EU:C:2017:195, r.o. 47-54.
HvJ EU 9 juli 2020, nr. C-76/19, (Direktor na Teritorialna direktsiya Yugozapadna Agentsiya „Mitnitsi”, voorheen Nachalnik na Mitnitsa Aerogara Sofia tegen „Curtis Balkan” EOOD), ECLI:EU:C:2020:543, r.o. 52.
Bijlage 23 TCDW - Aantekeningen voor de interpretatie van de douanewaarde.
Het is blijkens diverse arresten van het Hof van Justitie het uitgangspunt van het douanewaardesysteem dat de douanewaarde gelijk is aan de economische waarde van het ingevoerde goed ten tijde dat het ingevoerde goed ten invoer wordt aangegeven. Zie o.a. de arresten zoals aangehaald in voetnoot 29 van hoofdstuk 2.
Het douanerecht staat toe dat een correctie wordt gemaakt, indien de royalty- of licentiebetaling ‘slechts’ gedeeltelijk betrekking heeft op de ingevoerde goederen.1 Dit is ook bevestigd in het eerdergenoemde GE Healthcare GmbH tegen Hauptzollamt Düsseldorf-arrest van het Hof van Justitie.2 De royalty’s en licentierechten hadden in die zaak niet alleen betrekking op de ingevoerde goederen, maar tevens op diensten die plaatsvonden na de invoer van de goederen alsmede voor het gebruik van het handelsteken van GE Healthcare. Toch stond dit er niet aan in de weg dat de betalingen voor de royalty’s en licentierechten moesten worden bijgeteld. Uit de hierna te bespreken zaak Direktor na Teritorialna direktsiya Yugozapadna Agentsiya „Mitnitsi”, volgt dat voor het aanpassen van de douanewaarde door royalty’s of licentierechten gedeeltelijk aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs toe te voegen (thans) artikel 71, lid 1, onderdeel c, DWU de enige autonome grondslag vormt. Dat brengt met zich dat ook in dat geval aan alle voorwaarden zoals genoemd in onderdeel 11.5.4 moet zijn voldaan alvorens de betaling in aanmerking moet worden genomen voor het vaststellen van de douanewaarde.
Voor het gedeeltelijk bijtellen van betalingen van royalty’s en licentierechten moeten derhalve ook objectieve en meetbare gegevens voorhanden zijn. Als deze gegevens niet voorhanden zijn, kan de douanewaarde niet overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde goederen worden bepaald en moet de douanewaarde overeenkomstig een alternatieve waarderingsmethode worden vastgesteld.3 Een en ander leid ik – bij gebrek aan nadere regelgeving onder het DWU – af uit de interpretatieve noot op artikel 32, lid 2, CDW die zag op de bijtelling van elementen waaronder betalingen voor royalty’s en licentierechten.4 Dit lijkt mij overigens een betere benadering dan dat wordt gesteld dat de betaling voor de royalty of het licentierecht volledig in aanmerking genomen moet worden. Immers, de transactiewaarde van het ingevoerde goed reflecteert dan niet meer de economische waarde van het goed op het moment van invoer.5 De waarde zou dan namelijk te hoog worden vastgesteld, wat niet in overeenstemming is met een systeem dat wil waarborgen dat de douanewaarde op een rechtvaardige, eenvormige en neutrale wijze wordt vastgesteld, waarbij het gebruik van willekeurig vastgestelde of fictieve douanewaarden wordt uitgesloten.