Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.5.5:11.5.5.5 Advisory opinion 4.17 – Franchisevergoedingen
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.5.5
11.5.5.5 Advisory opinion 4.17 – Franchisevergoedingen
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258650:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Advisory Opinion 4.17. Royalties and licence fees under Article 8.1(c) of the Agreement (Adopted, 44th Session, 12 May 2017, VT1075E1c).
Commentaar 3 van het Comité Douanewetboek (afdeling douanewaarde) betreffende de opneming van royalty’s en licentierechten in de douanewaarde (vervallen), punt 9. European Commission, 17 Sept. 2020, Guidance Document on Customs Valuation Implementing Act Arts 128 and 136 UCC IA, and Art. 347UCC IA, 17 Sept. 2020, TAXUD/2623395rev2/2020, onderdeel 3.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Technische commissie douanewaarde van de WDO heeft op 12 mei 2017 Advisory Opinion 4.17 aangenomen over het in aanmerking nemen van zogenoemde franchisevergoedingen voor het bepalen van de douanewaarde.1 Op basis van de voorgelegde casus is de Technische commissie douanewaarde van de WDO van mening dat franchisevergoedingen geen betrekking hebben op de ingevoerde goederen. In voornoemd advies sluit A (importeur, koper en franchisenemer), gevestigd in land X, een franchiseovereenkomst af met B (exporteur, verkoper en franchisegever), gevestigd in land Y. Overeenkomstig de franchiseovereenkomst is A ertoe gehouden om productiemiddelen, ter vervaardiging van de goederen die A in zijn winkels in land X verkoopt, van B te kopen (onder voorwaarden/toestemming ook van andere leveranciers). De productiemiddelen zelf zijn niet gepatenteerd. De franchiseovereenkomst strekt er voorts toe dat A aan B een royalty betaald voor het gebruik van logo’s en systemen ter hoogte van een percentage van A’s omzet gemaakt met de verkoop van goederen die A vervaardigt met de ingevoerde productiemiddelen. Aangezien de royaltybetaling betrekking heeft op de logo’s en systemen en niet op de ingevoerde goederen, hoeft zij niet bij de werkelijk betaalde of te betalen prijs te worden geteld. Ook niet nu de ingevoerde productiemiddelen nodig en essentieel zijn voor de vervaardiging van de door A in land X verkochte producten. Dit zou immers eerder een aanwijzing zijn dat de betalingen betrekking hebben op goederen die in het land van invoer zijn vervaardigd. De behandeling van franchisevergoedingen die de WDO voorstaat in Advisory Opinion 4.17, sluit aan bij de visie die de Europese Commissie er al onder het CDW op na hield en thans onder het DWU erop na houdt.2