Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/7.5.5.2:7.5.5.2 Vermogensrechtelijk voordeel
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/7.5.5.2
7.5.5.2 Vermogensrechtelijk voordeel
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232963:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII, 2017//31 – 32 en Mathey-Bal, dissertatie 2016, pagina 30.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals opgemerkt vereist een maatschap dat de samenwerking zich richt op het voor gemeenschappelijke rekening behalen van vermogensrechtelijk voordeel. Dit dient het oogmerk van de samenwerking te zijn, het is niet voldoende dat de toevallige uitkomst van de samenwerking is, dat een voordeel is behaald. Er hoeft geen sprake te zijn van winst: ook bij een besparing van kosten is sprake van een vermogensrechtelijk voordeel.1
Een belangrijk doel van certificering, althans van de familiale certificering die mij in de onderhavige context voor ogen staat, is het beheer, en het behoud, van het ingebrachte vermogen. Daarnaast kan sprake zijn van een of meer nevendoelen, zoals het waarborgen van de continuïteit van de onderneming van een vennootschap, waarvan de STAK de aandelen houdt. Al dan niet impliciet kan het behalen van vermogensrechtelijk voordeel natuurlijk deel uitmaken van het oogmerk waarmee vermogen gecertificeerd is, zij het dat dit niet noodzakelijkerwijs het geval is. Bij een situatie waarin het behalen van voordeel niet of althans minder speelt, kan bijvoorbeeld gedacht worden aan certificering van een kunstcollectie met als doel het behoud hiervan en niet zo zeer het maximaliseren van de waarde van de collectie. Het hangt derhalve naar mijn mening zeer af van de aard van het gecertificeerde vermogen en de reden waarom dit gecertificeerd is, of een oogmerk om vermogensrechtelijk voordeel te behalen aanwezig moet worden geacht. Bij het voornoemde beheer van een kunstcollectie is een dergelijk oogmerk waarschijnlijk niet aanwezig. Indien de certificering echter betrekking heeft op beleggingen (box 3-vermogen), kan naar mijn mening echter wel aangenomen worden dat ten minste mede sprake is van een oogmerk om voordeel te behalen. De omstandigheid dat het voordeel het oogmerk van de samenwerking dient te zijn, impliceert mijns inziens overigens dat, indien bij een certificering van vermogen een toename van het gecertificeerde vermogen slechts één van de (neven)doelen is, de voor een maatschap noodzakelijke gerichtheid om vermogensrechtelijk voordeel afwezig is. Als de certificering bijvoorbeeld primair gericht is op het beheer en behoud van vermogen en toename daarvan een aardige “bijkomstigheid” is, is het nastreven van vermogensrechtelijk voordeel mijns inziens in onvoldoende mate aanwezig om aan dit vereiste aan een maatschap te voldoen.