Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.7.4:6.5.7.4 Opzegging
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.7.4
6.5.7.4 Opzegging
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186504:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
373. Opzegging van een oneigenlijke achterstelling kan twee verschillende rechtshandelingen inhouden. Ten eerste kan daarmee de opzegging en opeising van een geldlening die oneigenlijk is achtergesteld worden bedoeld. Dat kwam aan bod in paragraaf 6.3.4.
Ten tweede kan daarmee worden gedoeld op eenzijdige beëindiging van de overeenkomst van achterstelling zonder verdere wijziging van de gerelateerde overeenkomst van geldlening. Daarvoor geldt grotendeels hetzelfde als in paragraaf 5.5.7.4 werd uiteengezet over opzegging van een eigenlijke achterstelling.
Voor een oneigenlijke achterstelling kan daaraan het volgende worden toegevoegd. Voor zover de oneigenlijke achterstelling aan de juniorverbintenis een opschortende voorwaarde of tijdsbepaling verbindt wijzigt die de juniorvordering. Die vordering kunnen de junior en de schuldenaar alleen gezamenlijk vormgeven. De junior kan die voorwaarde of tijdsbepaling dus niet eenzijdig ontnemen aan zijn vordering door opzegging van de overeenkomst van achterstelling.1 Omdat die voorwaarde of tijdsbepaling mede is overeengekomen in het belang van de junior, die zich het seniorbelang eigen heeft gemaakt, kan ook de schuldenaar die achterstelling niet eenzijdig beëindigen.2 Zie verder paragraaf 5.5.7.4.