Het inzagerecht
Einde inhoudsopgave
Het inzagerecht (BPP nr. IX) 2010/2.1.1:2.1.1 Het ontwerp 1820
Archief
Het inzagerecht (BPP nr. IX) 2010/2.1.1
2.1.1 Het ontwerp 1820
Documentgegevens:
Mr. J.R. Sijmonsma, datum 17-05-2010
- Datum
17-05-2010
- Auteur
Mr. J.R. Sijmonsma
- JCDI
JCDI:ADS457590:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus Ontwerp van het Burgerlijk Wetboek voor het Koningrijk der Nederlanden aan de statengeneraal aangeboden den 22sten november 1820, met eene voorrede van Jhr. Mr. J. De Bosch Kemper, Leiden, J.W. van Leeuwen 1864.
Asser-Scholten, Algemeen Deel, W.E.J. Tjeenk Willink Zwolle, 1934, p. 231-233.
J.H.A. Lokin & W.J. Zwalve, Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis, WoltersNoordhof/Egbert Forsten Groningen 1992, pag. 284-285.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voordat op 1 april 1988 art. 843a Rv-oud1 in werking trad, werd de mogelijkheid op inzage geregeld in het Burgerlijk Wetboek van 1838.Voordat dit wetboek in werking trad, hadden de nodige teksten het licht gezien. Voor zover daarin aandacht is besteed aan het recht op inzage, komen zij hierna aan de orde.
Het op 22 november 1820 aan de Staten-Generaal aangeboden ontwerp van het Burgerlijk Wetboek voor het Koningrijk der Nederlanden, hierna ook wel genoemd `het ontwerp 1820' bepaalde omtrent de inzage het volgende.
Art. 3344. Hij, die regt van eigendom of mede-eigendom op een geschrift heeft, kan, in het eerste geval, de uitlevering, in het andere geval de depositie van hetzelve geschrift vorderen.
Art. 3345. Ieder, die eenige geschriften, bij welker inhoud een ander een klaarblijkelijk belang heeft, onder zich heeft, kan verpligt worden, om zoodanige geschriften op eene door den regter te bepalen plaats te brengen, ten einde daarvan visie, en, des noods, kopij genomen, of daaruit extract gemaakt worde.
Van deze verplichting zijn echter vrijgesteld:
1'. Bloedverwanten en nabestaanden in de op- en nedergaande lijn, broeders of zusters en derzelver kinderen, echtgenooten, voogden, curatoren, gelijk ook die onder voogdij of curatele staan, in processen van derden tegen zoodanige personen, tot welke zij in eene der genoemde betrekkingen staan;
2de. Allen, die zelven bij de zaak regtstreeks, of een aanmerkelijk zijdelings belang hebben;
3de. Allen, die in de zaak eene der partijen als praktizijns of gemagtigden bedienen of bediend hebben.
Art. 3346. De uitzonderingen, in het vorig artikel vermeld, kunnen niet worden ingeroepen tegen dengene, die op eenige geschriften aanspraak heeft, uit hoofde van eigendom of mede-eigendom, gelijk ook niet, wanneer het geschrift vervaardigd is in het belang van beide de partijen.
Ook zijn die uitzonderingen niet toepasselijk op het geval, waarin beide de partijen eene gelijke aanspraak op de geschriften hebben.
Art. 3347. Ieder belanghebbende kan van den regter de vernieuwing verzoeken van geschrift, hetwelk door ouderdom of ander oorzaken onleesbaar wordt, of gevaar loopt te bederven.2
Dit ontwerp is nooit verder dan ontwerp gekomen omdat uiteindelijk in de Kamer de voorstanders van de Code Civil sterker bleken te zijn dan de voorstanders van het oude van vóór de revolutie bestaande recht, en het ontwerp werd, zoals in Asser-Scholten valt te lezen, 'ter zijde gesteld'.3
Lokin en Zwalve schrijven dat de behandeling van dit ontwerp, door hen ook `gewijzigd ontwerp Kemper' genoemd, een drama werd omdat de Kamer artikel na artikel verwierp, vooral omdat het ontwerp Kemper en het ontwerp 1820 meer op juridische leerboeken leken dan op wetboeken.4