Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.3.3.3.4
II.3.3.3.4 Wijze van afname
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS453159:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder andere E. Elaad, A. Ginton & N. Jungman, ‘Detection Measures in Real-Life Criminal Guilty Knowledge Tests’, Journal of Applied Psychology 1992, 5, p. 757-767 en W. Ambach, S. Bursch, R. Stark & D. Vaitl, ‘A Concealed Information Test with multimodal measurement’, International Journal of Psychophysiology 2010, 75, p. 258-267.
W. Ambach, S. Bursch, R. Stark & D. Vaitl, ‘A Concealed Information Test with multimodal measurement’, International Journal of Psychophysiology 2010, 75, p. 266.
W. Ambach, S. Bursch, R. Stark & D. Vaitl, ‘A Concealed Information Test with multimodal measurement’, International Journal of Psychophysiology 2010, 75, p. 265.
Vgl. M. Gamer & S. Berti, ‘P300 amplitudes in the concealed information test are less affected by depth of processing than electrodermal responses’, Frontiers in Human Neu-roscience 2012, 6, p. 48-57 en E.D. Farahani & M.H. Moradi, ‘A Concealed Information Test with Combination of ERP Recording and Autonomic Measurements’, Neurophysiology 2013, 3, p. 223-233.
E. Elaad, A. Ginton & N. Jungman, ‘Detection Measures in Real-Life Criminal Guilty Knowledge Tests’, Journal of Applied Psychology 1992, 5, p. 763.
Bij het afnemen van de GKT dient – naast het tijdsverloop tussen delict en afname, externe validiteitskwesties en het gedrag van de verdachte – een keuze te worden gemaakt op welke wijze de GKT wordt afgenomen. In het vorige hoofdstuk is het ontstaan van de fysiologische GKT beschreven en de aanpassing van de test om deze met neuropsychologische methode af te nemen. Deze twee GKT’s zijn echter geen concurrenten of alternatieven, maar complementair. Het is dus niet noodzakelijk de GKT fysiologisch of neurologisch af te nemen.1
Sommige onderzoekers geven zelfs de voorkeur aan het combineren van bepaalde fysiologische metingen met neurologische data om schuldige personen van onschuldigen te kunnen onderscheiden. Ambach en collega’s rapporteerden in hun onderzoek met een mock-crime scenario een significant verschil bij het identificeren van schuldigen en onschuldigen wanneer alleen neuropsychologische data werd gebruikt of als deze data werden gecombineerd met één fysiologische maat (de huidgeleiding op de hand).2 In het deel van het onderzoek waarbij alleen de P300 werd gebruikt, werden 70,4 procent van de schuldigen correct geclassificeerd en 73,1 procent van de onschuldigen. Dit werd verhoogd naar respectievelijk 75 procent en 81,5 procent correcte classificaties wanneer, bovenop de hersenactiviteit, de huidgeleiding op de hand als identificatiefactor werd gebruikt. Overigens werd dit resultaat door gebruik te maken van (nog) meer fysiologische maten (zoals zweetproductie en hartslag) niet verder verbeterd. De volgende reden wordt daarvoor gegeven: ‘that the central and the autonomic nervous system are differentiallyresponsive to concealed information’.3 Het bekijken van de lichamelijke reacties van de twee verschillende zenuwstelsels – autonoom en centraal – als twee aparte variabelen naast elkaar is van toegevoegde waarde. Deze maten vullen elkaar aan. Het bekijken van meerdere maten binnen een zenuwstelsel is niet van verdere toegevoegde waarde.4 Het lijkt op basis van deze onderzoeken niet zinvol bijvoorbeeld ademhaling en hartslag te combineren. Er bestaat overigens geen consensus over welke fysiologische maat ‘beter’ is. Zoals hierboven vermeld, gebruikten Ambach en collega’s huidgeleiding, terwijl Farahani en Moradi zich richtten op de kortdurende hartslagversnelling.
In een veldstudie van Elaad, Ginton en Jungman werden soortgelijke resultaten gevonden.5 Dit onderzoek heeft een betere validiteit omdat het hier niet om een nagespeeld strafbaar feit ging, maar om een steekproef van door de Israëlische politie uitgevoerde GKT’s. Overigens werden in dit onderzoek twee verschillende fysiologische maten met elkaar en gecombineerd vergeleken. De combinatie van huidweerstand (skin resistance response) en ademhaling (respiration line length) leidde tot significant meer juiste classificatie als schuldig. Wanneer één maat werd gebruikt, werden respectievelijk 40 procent en 42,5 procent correct geclassificeerd. Het combineren van de twee fysiologische maten leidde tot 62,5 procent correcte classificaties als schuldig. Deze blijven echter wel ver achter bij de correcte classificaties die twee verschillende maten van de twee te onderscheiden zenuwstelsels gebruiken. Wat wel duidelijk uit deze onderzoekslijn wordt, is dat de kans op correcte classificatie toeneemt als niet één, maar ten minste twee verschillende maten worden gebruikt waardoor de combinatie van hersenactiviteit en een fysiologische maat de voorkeur verdient.