Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/2.1:2.1 Inleiding
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS396118:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staat de functie van het eigendomsvoorbehoud centraal. Daarbij wordt toegespitst op de vraag waarom de verkoper belang heeft bij behoud van de eigendom van de zaak en in hoeverre het eigendomsvoorbehoud een met het pandrecht vergelijkbare functie heeft. Daartoe wordt allereerst aandacht besteed aan de zogenoemde functionele benadering, waarvoor in de Nederlandse literatuur steeds meer belangstelling lijkt te zijn (paragraaf 2.2). Vervolgens wordt uiteengezet wat de gangbare benadering is van het eigendomsvoorbehoud in de literatuur (paragraaf 2.3). In het vervolg van het hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de rechtvaardiging en de functie van het eigendomsvoorbehoud volgens de wetgever (paragraaf 2.4) en wordt naar aanleiding daarvan een eigen standpunt ontwikkeld en onderbouwd met betrekking tot de functie van het eigendomsvoorbehoud (paragraaf 2.5-2.7). Dat standpunt wordt afgezet tegen een tussenpositie in de literatuur (paragraaf 2.8) en de functie van het eigendomsvoorbehoud onder het oude recht in verband met de goederenrechtelijke werking van de ontbinding (paragraaf 2.9-2.10). Tot slot wordt onderzocht in hoeverre de invoering van de mogelijkheid om het eigendomsvoorbehoud te verbreden tot andere vorderingen een verandering heeft gebracht in de functie van het eigendomsvoorbehoud en de rechtvaardiging van de wetgever (paragraaf 2.11).
Bij dit alles staat steeds de vraag centraal in hoeverre het eigendomsvoorbehoud een zekerheidskarakter heeft en hoe het eigendomsvoorbehoud zich verhoudt tot het fiduciaverbod van artikel 3:84 lid 3 BW.