Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer
Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.10:A.1.10 Montag
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.10
A.1.10 Montag
Documentgegevens:
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634921:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Montag heeft de Duitse nationaliteit en woont en werkt in 2008 in België. Hij is advocaat en vennoot bij een internationaal advocatenkantoor. Zijn inkomsten in 2008 als advocaat waren voor circa 54% afkomstig uit Duitsland, voor circa 6% afkomstig uit België en voor de rest afkomstig uit andere landen. Montag is beperkt belastingplichtig in Duitsland omdat hij niet aan de voorwaarde voldoet dat minimaal 90% van zijn inkomsten onderworpen is aan de Duitse inkomstenbelasting. Om zijn beroep uit te kunnen oefenen, moest Montag zich verplicht inschrijven bij de Orde van advocaten in Keulen. Een voorwaarde van deze inschrijving was verplichte aansluiting bij de pensioeninstelling voor advocaten. In 2008 betaalde Montag aan deze pensioeninstelling een pensioenpremie van ongeveer € 16.500. Hiervan was ongeveer € 12.500 verplichte bijdrage en het restant een vrijwillige bijdrage. Hij betaalde in Duitsland bovendien premies voor een particuliere pensioenverzekering van ongeveer € 4.000.
Omdat Montag in België woonde, was hij daar onbeperkt belastingplichtig voor zijn wereldinkomen. Zijn totale inkomen in België was kennelijk hoog genoeg om fiscale faciliteiten te kunnen realiseren, maar de pensioenpremies kon hij bij zijn Belgische aangifte inkomstenbelasting niet in mindering brengen. In zijn Duitse aangifte inkomstenbelasting bracht hij de premies wel in mindering. De Duitse fiscus weigerde de aftrek omdat de Duitse wet op de inkomstenbelasting dit in geval van beperkte belastingplicht uitsluit. Het bezwaar en beroep van Montag werden afgewezen.
De Duitse belastingrechter legt de volgende situatie voor aan het HvJ. Duitsland kent een regeling die beperkt belastingplichtigen niet toestaat om verplichte en vrijwillige bijdragen aan een pensioeninstelling voor vrije beroepen af te trekken. Dit geldt ook voor de bijdragen aan een particuliere pensioenverzekering. Onbeperkt belastingplichtigen kunnen dergelijke bijdragen wel aftrekken.
Het HvJ beoordeelt eerst de verplichte premies voor de pensioeninstelling voor advocaten. Het constateert dat Montag zich verplicht moest aansluiten bij die instelling wegens zijn inschrijving bij de Orde van advocaten van Keulen. Deze inschrijving is verplicht om zijn beroep uit te kunnen oefenen zowel in Duitsland als in België. De premies moeten volgens het HvJ worden beschouwd als wegens deze activiteit gemaakte kosten, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening ervan. De mogelijkheid om onder voorwaarden een ontheffing te verkrijgen van verplichte deelname aan de instelling doet daar niet aan af.
Een niet-ingezeten belastingplichtige is in Duitsland alleen belastingplichtig voor de inkomsten die hij daar heeft verdiend. Dat betekent volgens het HvJ dat de verplichte bijdragen aan de pensioeninstelling voor advocaten aftrekbaar is in verhouding van zijn in Duitsland verdiende inkomen ten opzichte van zijn totale inkomen.
De vrijwillige bijdragen aan de pensioeninstelling voor advocaten zijn niet noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van advocaat in Duitsland. Wat betreft de premies voor een particuliere pensioenverzekering constateert het HvJ dat er tussen deze uitgaven en de activiteit van advocaat die de belastbare inkomsten heeft voortgebracht, geen rechtstreeks verband valt vast te stellen. Montag bevindt zich in beide situaties dan ook niet in een vergelijkbare situatie als een ingezeten belastingplichtige en is de premieaftrek terecht geweigerd.