Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer
Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.2:A.1.2 Wielockx
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.2
A.1.2 Wielockx
Documentgegevens:
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634562:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Weber, in: Cursus Belastingrecht EBR.5.1.5.D.a.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wielockxwas een Belgische fysiotherapeut met een praktijk in Nederland. Hij was voor de Nederlandse inkomstenbelasting buitenlands belastingplichtige en kon als zodanig geen gebruik maken van de fiscale oudedagsreserve. Nederland beriep zich op het beginsel van de fiscale samenhang (de nationale coherentie zoals bij het hierboven genoemde arrest Bachmann). Volgens dit beginsel zou volgens de Nederlandse regering er een correlatie moeten bestaan tussen de bedragen die van de belastbare grondslag worden afgetrokken, en die waarover belasting wordt geheven. Indien een niet-ingezetene in Nederland een oudedagsreserve kon opbouwen en op deze manier een recht op pensioen kon verwerven, zou dit pensioen aan de belastingheffing in Nederland ontkomen, aangezien een dergelijk inkomen ingevolge de belastingovereenkomst tussen België en Nederland in de woonstaat wordt belast.
Het HvJ wijst de redenering van de Nederlandse regering af. Volgens het HvJ is de fiscale samenhang tussen aftrek en heffing reeds verzekerd doordat er een verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing is gesloten. Hierbij wordt het heffingsrecht toegewezen aan de woonstaat, ongeacht in welke staat de premies zijn betaald en afgetrokken.
Ingeval de nationale samenhang is ingeruild voor een bilaterale fiscale wederkerigheid die juist tot doel heeft de fiscale samenhang te waarborgen, kan dit belastingverdrag niet worden aangevoerd als oorzaak voor het gebrek aan nationale fiscale samenhang. Beperkt een lidstaat zijn fiscale heffingsjurisdictie door een belastingverdrag te sluiten, dan kan hij hierover niet klagen. Door dit zo te regelen heeft deze lidstaat zijn nationale samenhang immers (deels) opgegeven voor een meer globale bilaterale samenhang die is gebaseerd op fiscale wederkerigheid, aangezien in het omgekeerde geval zo’n lidstaat wél mag heffen. Ofwel de lidstaat heeft zijn nationale individuele samenhang opgeheven voor globalere macro samenhang.1