Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.8.10
3.8.10 Ineenschakelingscommissie-Woltjer 1903/Rapport-Drucker 1910
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977121:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De leden van de Staatscommissie voor de Reorganisatie van het Onderwijs, ingesteld bij KB van 21maart 1903, Stb. 1903, nr. 49 zijn: J. Woltjer (vz),H.L. Drucker, P.J.V. de Groot, W.H. Nolens, C. Pijnacker Hordijk, B. Sijmons en J.Th.de Visser; Pater De Groot is dominicaan, benoemd door het R.K. Episcopaat van Nederland, zie: Lenting, De Schets 1914, p. 427, noot 1 (abusievelijk espiscopaat geschreven) en H.F. Jonkman, ’De Staatscommissie voor de Reorganisatie van het Onderwijs en haar rapport’, De Gids 1910, p. 403 e.v.
Oprichter is R. Casimir. Onder de docenten staatsinrichting bevindt zich van 1918-1925 P.J. Oud, liberaal politicus en burgemeester van Rotterdam; vgl. Casimir 1934, p. 117 (Het lyceum is in de Wvo vastgelegd) en Sj. Karsten, ´Den Haag, Nassaulaan´, Didactief 2015, 6, p. 7.
Wet van 14 juni 1909, Stb. 1909, nr. 173. Artikel 45bis legt tenminste 25 uur per klas per week vast en eist een AMvB met minimumtabel; het betreft vier R.K. en vier P.C.-hbsen.
KB van 17 november 1909, Stb. 1909, nr. 368, zie artikelen 45 bis jo 2 en 16 MO.
Zie: Van Tilborg 2000.
De vaknaam ‘Staatsinstellingen’ is synoniem voor staatsinrichting.
Zie voor de data op de hbsen in 1914: J. Campert, ´Een en ander over de Hoogere Burgerscholen in het tijdperk 2 Mei 1863-2 Mei 1913´, De Economist 1914, dl II, p. 32, 36, 40.
J. Woltjer, Rapport van de Staatscommissie voor de reorganisatie van het onderwijs, ingesteld bij Koninklijk Besluit van 21 maart 1903, 49, 's-Gravenhage: Belinfante 1910.
Verslag van het verhandelde ter 38ste AV (1903-1904), Weekblad, p. 108.
Verslag van het verhandelde ter 40ste AV (1905-1906), p. 60-62.
Verslag van het verhandelde ter 43ste AV (1908-1909), p. 88.
Verslag van het verhandelde ter 39ste AV (1904-1905), p. 3-14.
Verslag van het verhandelde ter 40ste AV (1905-1906), p. 58-62; Amsing 2002, p. 356.
Rapport Staatscommissie voor de reorganisatie van het Onderwijs (KB van 21 maart 1903, nr. 49). Delen I en II. H.L. Drucker is lid van de Staatscommissie.
Voorstel lyceum, Rapport Ineenschakelingscommissie,1910, dl 1, p. 665; Ph.A. Kohnstamm, ’Het lyceum en het Rapport der Ineenschakelingscommissie’, Onze eeuw, Maandschift staatkunde c.a. 1911, dl 2, p. 207 e.v.
De subcommissie vho stelt een zesjarig lyceum met tweejarige onderbouw en vierjarige bovenbouw voor met vier afdelingen: een A1- en A2-afdeling (taal/letterkunde) en een B1 en B2-afdeling (wiskunde/natuurwetenschappen), zie: Rapport c.a., dl I, 1910, p. 594-604.
Rapport van de Staatscommissie c.a., dl I, 1910, p. 594-595, 603-604.
Commissie-Woltjer: reorganisatie onderwijsstelsel
Na het rapport van de Bevoegdheidscommissie-Campert is in 1903 de Ineenschakelingscommissie-Woltjer ingesteld voor de reorganisatie van het onderwijsstelsel.1 Het vuistdikke rapport verschijnt eerst in 1910, nadat een diepgaand meningsverschil in de commissie over de staatsinvloed op de scholen en de programma’s is opgelost. Er mocht geen sprake zijn van staatspedagogiek of van de vrijheid van onderwijs aantastende overheidsbemoeienis, gezien de constitutionele vrijheid van onderwijs (artikel 23 Gw). Hangende dit dispuut doen zich twee ontwikkelingen voor. Ten eerste opent in 1909 het Haagse Nederlandsch Lyceum haar deuren als enig gymnasium zonder Latijn in de onderbouw.2 Ten tweede komt in 1909 vóór de verschijning van het rapport een subsidieregeling tot stand met basistabellen voor de acht bijzondere vijfjarige hbs′en.3 Deze tabellen zijn verplicht voor de bekostiging4, behalve voor schoonschrijven en gymnastiek.5 Staatsinrichting6 heeft op de bijzondere hbs’en twee wekelijkse lesuren, te verdelen over de derde, vierde en vijfde klas.7 Het bevoegd gezag stelt de leerplannen en lessentabellen overeenkomstig de regels voor de rijksscholen vast. De examens zijn hetzelfde. Er is ruimte voor richtingvakken als godsdienst.
Voorstellen A.V.M.O. 1904: eerste en tweede middelbare school inrichten
Het is geen toeval dat tussen 1903 en 1910 geen reorganisatievoorstellen zijn verschenen. Het wachten was immers op de adviezen van de Ineenschakelingscommissie.8 Deze houding van de wetgever staat in schril contrast met de in 1904 verschenen voorstellen van de A.V.M.O. een driejarige eerste middelbare school (e.m.s.) en een tweejarige tweede middelbare school (t.m.s) in een a- en b-richting in te voeren.9 Het a-curriculum omvat Latijn, moderne talen en aardrijkskunde, met geschiedenis, staatsinrichting en staathuishoudkunde als keuzevakken.10 De b-afdeling met wiskunde en natuurwetenschappen blijft tweejarig.11 Op de e.m.s. staat de ‘veelzijdige algemene vorming’ voorop. De nadruk ligt minder op de nuttige vorming als wel op democratische vorming.12 In de concept-hbs-tabel van het A.V.M.O.-bestuurslid Engelsman is staatswetenschappen met drie uur in de vierde en vijfde klas geen verplicht vak.13
Rapport-Drucker 1910: lyceum-c met staats-en handelswetenschappen
In 1910 verschijnt het lang verbeide, vuistdikke tweedelige rapport-Drucker van de Ineenschakelingscommissie-Woltjer.14 Het is voorzien van wetsontwerpen en grondslagen van AMvBs voor de inrichting van een zesjarig lyceum als voorbereidend hoger onderwijs (vho)15 met a-, b- en c-differentiaties.16 Staatsinrichting heeft in VIa, -b en -c twee wekelijkse uren. Het voorstel bevat - na een driejarige onderbouw met Latijn - twee afdelingen die overeenkomen met gymnasium-α en β. In de c-afdeling (hbs) vormen moderne talen en staats- en handelswetenschappen de kern. De a- en b-afdelingen leiden op voor hoger onderwijs, en de c-afdeling voor het mbo.17 De commissie adviseert een driejarige middelbare school voor jongens én voor meisjes, en een driejarige mms naast de vijfjarige. Het curriculum voor jongens omvat de wis-, natuur- en scheikunde, moderne talen, geschiedenis, staatsinrichting en boekhouden.