Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/2.4.5
2.4.5 Ten behoeve van het onderpand gemaakte kosten
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264464:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de actio pigneraticia contraria ook: Scheibelreiter 2020.
D. 13,7,25 (Ulpianus). Si servos pigneratos artificiis instruxit creditor, si quidem iam imbutos vel voluntate debitoris, erit actio contraria: si vero nihil horum intercessit, si quidem artificiis necessariis, erit actio contraria, non tamen sic, ut cogatur servis carere pro quantitate sumptuum debitor. Sicut enim neglegere creditorem dolus et culpa quam praestat non patitur, ita nec talem efficere rem pigneratam, ut gravis sit debitori ad reciperandum: puta saltum grandem pignori datum ab homine, qui vix luere potest, nedum excolere, tu acceptum pignori excoluisti sic, ut magni pretii faceres. alioquin non est aequum aut quaerere me alios creditores aut cogi distrahere quod velim receptum aut tibi paenuria coactum derelinquere. medie igitur haec a iudice erunt dispicienda, ut neque delicatus debitor neque onerosus creditor audiatur.
Deze alinea steunt op C. 8,13(14),6 (Antoninus Caracalla); C. 4,24,7,1 (Gordianus); PS 2,13,7; D. 13,7,8pr (Pomponius); D. 13,7,8,5 (Pomponius); Schwarz 1954, p. 122-123 en 128-129; Goebel 1961, p. 48-49; Kaser, Studien II, p. 333, voetnoot 293; Noordraven 1988, p. 328-329.
D. 13,7,25 laat zien dat een schuldeiser die een slaaf een ambacht had geleerd de tegenactie (actio pigneraticia contraria)1 kon instellen tegen de schuldenaar. Meer in het algemeen was deze actie van toepassing indien de pandgebruiker kosten had gemaakt om het onderpand te verbeteren:
“Als een schuldeiser de aan hem verpande slaven ambachten heeft geleerd, zal de tegenactie van toepassing zijn, gesteld tenminste dat zij daarin al een zekere opleiding hadden genoten of dat het met instemming van de schuldenaar gebeurd is. Maar als daarvan geen sprake was, zal, indien het gaat om noodzakelijke vaardigheden, de tegenactie wel van toepassing zijn, maar dan niet zo dat de schuldenaar vanwege de omvang van de kosten gedwongen kan worden het zonder zijn slaven te stellen. Zoals immers het vereiste dat de schuldeiser voor boos opzet en schuld instaat, niet toelaat dat deze de zaak verwaarloost, zo laat dit evenmin toe dat hij een verpande zaak zodanig bewerkt dat het voor de schuldenaar bezwaarlijk wordt haar terug te krijgen. Te denken valt aan een bergweide die in pand is gegeven door een man die het pand slechts met moeite kan lossen, laat staan de weide verder in cultuur te brengen; u hebt de wei in pand gekregen en zo goed in cultuur gebracht dat u haar sterk in waarde deed toenemen. Het is hoe dan ook niet billijk dat ik gedwongen word om hetzij andere schuldeisers te zoeken, hetzij het pand dat ik terug zou willen krijgen te verkopen, hetzij het, daartoe genoopt door geldgebrek, aan u te laten. De rechter dient in deze kwestie een tussenweg te bedenken, in die zin dat noch een benepen schuldenaar noch een veeleisende schuldeiser gehoor mag vinden.”2
De pandgebruiker kon de actio pigneraticia contraria instellen, als hij de waarde van het onderpand had vermeerderd en daartoe kosten had gemaakt.3 Met de actio pigneraticia contraria kon de pandgebruiker de gemaakte kosten (quantitate sumptuum) vorderen. Zou de pandgever deze kosten niet vergoeden, dan zou hij ongerechtvaardigd worden verrijkt ten koste van de pandgebruiker. De actio pigneraticia contraria was nu in twee situaties van toepassing. Ten eerste had de pandgebruiker een actie, als hij met de schuldenaar uitdrukkelijk een recht van pandgebruik overeen was gekomen en de schuldenaar de verbeteringen zelf had gewild. Of de verbeteringen noodzakelijk waren, maakte in die situatie niet uit. Ten tweede had de pandhouder een actie als sprake was van een stilzwijgend recht van pandgebruik. Dit wil zeggen dat over het aanbrengen van verbeteringen geen afspraken waren gemaakt. De pandhouder had dan de actio pigneraticia contraria voor aangebrachte verbeteringen die noodzakelijk waren. Waren de verbeteringen inderdaad noodzakelijk, dan kon de pandhouder de actio pigneraticia contraria instellen, met dien verstande dat de gemaakte kosten niet onevenredig hoog mochten zijn in verhouding tot de oorspronkelijke waarde van het onderpand.