Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/240
WOTS-zaak. Geen verplichting om bij het omzetten van een in Canada opgelegde straf acht te slaan op een eerdere veroordeling in een Nederlandse strafzaak op een manier als in artikel 63 Sr omschreven.
HR 28-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:132
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/00121 W
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Overdracht en overname strafvervolging
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:132, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1366, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
WOTS-zaak. Een in Canada opgelegde gevangenisstraf wegens het via internet met seksueel getinte webcambeelden afpersen van een minderjarig meisje wordt met het oog op tenuitvoerlegging in Nederland omgezet. De feiten waarvoor de verdachte in Canada is veroordeeld, zijn gepleegd voordat de verdachte in Nederland voor soortgelijke feiten werd veroordeeld. De in Canada opgelegde straf kon worden omgezet zonder daarbij artikel 63 Sr toe te passen wat betreft de eerdere veroordeling in de Nederlandse strafzaak voor soortgelijke feiten.
Samenvatting
Het cassatiemiddel berust op de opvatting dat in een geval als dit — waarin strafbare feiten die hebben ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.