De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.2.2.5:5.2.2.5 Dubbeltelling
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.2.2.5
5.2.2.5 Dubbeltelling
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649951:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 3.3.4 zette ik uiteen aan wie het agenderingsrecht op grond van art. 2:114a/224a BW kan toekomen. Dat zijn: aandeelhouders, houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten (NV), certificaathouders met vergaderrecht (BV) en pandhouders en vruchtgebruikers met certificaathoudersrechten (NV) respectievelijk vergaderrecht (BV). Een agenderingsverzoek kan worden ingediend door een combinatie van voorgenoemden, indien zij gezamenlijk aan het wettelijke of statutaire kapitaalcriterium voldoen. Bij de berekening of de combinatie het kapitaalcriterium haalt, is dubbeltelling niet toegestaan. Met dubbeltelling wordt bedoeld het met het oog op het halen van het kapitaalcriterium bij elkaar optellen van het kapitaal ‘vertegenwoordigd’ door de aandeelhouder, de achterliggende certificaathouder en/of een eventuele houder van een pandrecht of een recht van vruchtgebruik op de betreffende aandelen.1 De houder van 1% van de aandelen in een NV, vertegenwoordigt samen met de houder van een bewilligd certificaat van die aandelen en de houder van een op die aandelen gevestigd pandrecht bijvoorbeeld niet 3% van het geplaatste kapitaal. Bij de invoering van het recht van pand en het recht van vruchtgebruik op aandelen verwoorde de minister het als volgt:
“Ten aanzien van de artikelen 2.3.4.4 en 2.6.3 (thans art. 2:110 BW respectievelijk 2:346 BW, EB) spreekt het wel vanzelf dat bij gebruikmaking van de daarin bedoelde rechten door de aandeelhouder en de vruchtgebruiker van een aandeel, dat aandeel niet dubbel telt voor de berekening van het voorgeschreven kapitaal.”2
Dit geldt eveneens ten aanzien van art. 2:114a/224a BW en in gelijke zin voor dubbeltelling met de houder van een pandrecht op een aandeel en de certificaathouder. Als een agenderingsverzoek wordt ingediend door een combinatie van aandeelhouders, certificaathouders, pandhouders en vruchtgebruikers telt respectievelijk het certificaat, het pandrecht en het recht van vruchtgebruik bij de berekening van het voorgeschreven kapitaal slechts mee wanneer de aandeelhouder van het corresponderende aandeel niet een van de verzoekers is.3 Het risico van dubbeltelling kan zich overigens ook voordoen wanneer de aandeelhouder niet een van de verzoekers is. Denk aan het gecertificeerde aandeel dat verpand is, of het verpande aandeel waarop tevens een recht van vruchtgebruik rust. Overigens moet dubbeltelling worden onderscheiden van samenloop. Zie over samenloop van agenderingsverzoeken par. 5.2.2.7.