Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.5.0:2.5.0 Introductie
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.5.0
2.5.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958068:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het analyseren van de interviews is gekeken of er bepaalde elementen van beheerstructuren zijn die een beslissende rol spelen bij de keuze voor een specifieke beheerstructuur. Als er sprake is van een beslissende rol, levert dat informatie op voor bijvoorbeeld het bepalen welke beheerstructuren meer of minder geschikt zijn om te worden gebruikt voor een specifiek motief of zelfs eventueel voor de beschrijving van een optimale beheerstructuur voor een bepaald motief.
De hoeveelheid aan invloeden die een rol spelen bij de uiteindelijke keuze voor een bepaalde figuur, zoals bijvoorbeeld de unieke familiesituatie en de specifieke samenstelling van het familievermogen, maken het niet makkelijk om algemene elementen te achterhalen.
Hieronder volgt een aantal opmerkingen over elementen die uit de interviews zijn afgeleid en die meer in algemene zin zijn genoemd met betrekking tot de keuze voor een bepaalde beheerstructuur. Vooraf moet de opmerking worden geplaatst dat in sommige situaties een, gedeelte van een, beheerstructuur min of meer al een voldongen feit is in een bepaalde generatie. Aandelen in het familiebedrijf zijn bijvoorbeeld al gecertificeerd of een landgoed is reeds ingebracht in een NSW BV. Een aantal respondenten geeft aan dat het af en toe voorkomt dat een beheerstructuur, of een gedeelte daarvan, ongedaan wordt gemaakt. Maar meerdere malen wordt genoemd dat structuren veelal behouden blijven en worden aangevuld, omdat het ongedaan maken meer fiscale en civiele gevolgen heeft dan het aanpassen van een bestaande structuur. Een estate planner zegt hierover:
“(…) die structuurschema's die hebben de neiging om uit te dijen, uit te dijen, uit te dijen. En dan krijg je op een gegeven moment zo'n opschoonactie, zo'n vermindering. (…) Het aantal entiteiten moet niet zonder noodzaak vermeerderd worden, maar dan heb je ineens honderd vennootschappen en dan denk je, nou ik kan met zestig ook wel toe. Kortom, we gaan er eens wat opruimen. Maar dan zie je vaak: (…) dat geeft fiscaal allemaal weer ingewikkeldheid. Dus structuren hebben niet de neiging om kleiner te worden.”