Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/6.2.4:6.2.4 Individuele Ambtsberichten
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/6.2.4
6.2.4 Individuele Ambtsberichten
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180080:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een laatste instrument dat door de IND-medewerkers kan worden gebruikt ter vaststelling van de herkomst is een Individueel Ambtsbericht. De IND kan het ministerie van Buitenlandse Zaken vragen om in sommige landen onderzoek te doen naar een specifieke situatie of persoon. Dit type onderzoek wordt volgens IND-medewerkers steeds minder vaak ingezet, omdat de mogelijkheden steeds beperkter worden:
R: Ja, daar hadden we vroeger veel meer mogelijkheden toe, maar dat is echt flink beperkt. […]
I: Is dat niet jouw beslissing, om wel of niet een onderzoek in te stellen?
R: Dat kan, als je weet dat je ergens over twijfelt dat via een individueel ambtsbericht naar boven kan komen, dan kun je zeggen: dat gaan we doen. Dat werd
vroeger ook veelvuldig gebruikt, en daar kwamen ook heel bruikbare ambtsberichten op terug. Dan had je harde informatie waarop je iemand kan inwilligen of afwijzen. Maar daar is de rem op gezet. Het aantal landen is drastisch ingeperkt en net de landen waarover wij informatie willen hebben. En we hebben een aantal landen waar we redelijk vaak IAB’s opstarten, en die zijn bij de EU gekomen. Of staan daarvoor op de nominatie. Die kunnen nu dus ook niet meer, want waarom zou je eventueel bij de EU kunnen komen, als we ook uit die landen verhalen moeten onderzoeken. Die worden dan van de lijst geschrapt. Dat is een politieke beslissing dan. Daar heb ik geen invloed op. 1
Net als ten aanzien van taalanalyses, zijn de medewerkers terughoudend met het vragen om een individueel ambtsbericht. Het laten opstellen daarvan is duur. Medewerkers zullen dit waarschijnlijk vooral doen als ze er van overtuigd zijn dat het bruikbare informatie zal opleveren. Daarvoor bestaan intern bepaalde richtlijnen:
I: Ben je ook vrij om dat zelf op te starten?
R: Ja, maar we hebben wel als maatstaf dat het bij etnisch Armenen uit Syrië, wenselijk is om onderzoek [in] Armenië te doen.2
Ook deze medewerker noemt vergelijkbare richtlijnen:
I: Maar in welke gevallen beslis je dan om het wel te doen en wanneer niet?
R: Nou ja, we weten van Armenen en Azeri daar klopt 90% vaak niet van, dus dan is het toch wel vaak.
I: Dat is dan de ervaring die leert dat onderzoek in een dergelijk geval…
R: Ja, en we hebben nu bv Syriërs, Armeense Syriërs, daar blijkt nu dat. We hebben 20 onderzoeken opgestart en 18 van deze Syriërs hadden de Armeense nationaliteit. Dus ja, dan liggen de kaarten in een keer heel anders he?! Dus daarvan is ook wel gezegd, als je een Armeense Syriër hebt, gelijk naamonderzoek doen en kijken of hij de Armeense nationaliteit heeft.
I: Zijn dat dan mensen die twee paspoorten hebben?
R: Ja.
I: Maar wel met hun echte naam hier?
R: Ja en dat is natuurlijk het verschil tussen wel of geen status. Als je alleen de Syrische nationaliteit hebt, krijg je een status. Als je beide hebt niet. Tenzij je natuurlijk daar problemen hebt. Maar meestal zeggen ze het niet eens.
I: Meestal zeggen ze het niet eens? Dat ze in Armenië problemen hebben bedoel je?
R: Nee, ze zeggen niet eens dat ze in Armenië zijn geweest. Ze zeggen ik ben Armeens Syriër, of de vraag komt: heeft u nog een andere nationaliteit en dan is het antwoord nee. OK. Ooit buiten Syrië geweest? Nee. OK.3
Het instrument lijkt dus met name te worden ingezet als de IND vermoedt dat een bepaalde categorie asielzoekers misbruik probeert te maken van de asielprocedure. Daarnaast kan het instrument worden ingezet als er signalen zijn van fraude die niet op een andere manier kan worden vastgesteld:
R: Ja, ik had laatst een zaak. Dat was een mevrouw die zei dat ze, nu moet ik even heel goed nadenken, die zei dat ze uit [Afrikaans land X] kwam. En die was al eens afgewezen op geloofwaardigheid. Nu deed ze een HASA, toen was een fraudeteam erachter gekomen dat ze al eens een reguliere vergunning had gehad met een andere voor- en achternaam en met [Afrikaans land Y] als geboorteplaats. Dat onderzoek is daarbij betrokken en de aanvraag is daarop afgedaan. De rechter zei echter dat we ook nog even hadden moeten kijken naar de persoon die hier die reguliere vergunning had. Daar moesten we een IAB over opstellen in [Afrikaans land Y]. Naar de echte persoon zeg maar.
I: Om te kijken of die wel bestaat?
R: Jawel, nee. Die bestond, want die had een reguliere vergunning. Maar de mevrouw die ze zei dat ze was, die bestaat niet.
I: OK.
R: Dus haar advocaat gaf aan dat het flauwekul was. Dat het niet dezelfde person was als degene uit [Afrikaans land Y]. Die vrouw zou weer in [Afrikaans land Y] werkzaam zijn volgens de advocaat en dat zou op internet terug te vinden zijn.
I: OK. Dat bedoel je.
R: Ik had daarvan in mijn beschikking gezet dat iedereen wel iets op internet kan zetten. Maar het was gewoon dezelfde persoon. Toen vond de rechter dat er toch nader onderzoek moest worden gestart. Uit het onderzoek bleek dat die persoon niet naar [Afrikaans land Y] was teruggekeerd en daar niet meer heeft gewerkt. Dus. Het is wel triest. Die vrouw is hier uitgenodigd om een opleiding te volgen en heeft vervolgens twee keer een vergunning gehad om een baan te gaan zoeken. En dan bedankt ze de Nederlandse overheid door onder een andere naam een vreselijk asielrelaas naar voren te brengen. Daar besteed je hartstikke veel geld en onderzoek aan.
Ook individuele ambtsberichten verschaffen volgens IND-medewerkers veel zekerheid. Ze zijn echter duur en de mogelijkheden zijn beperkt. Om die reden wordt er weinig gebruik van gemaakt.