Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/3.7
3.7 Art. 27 sub 2 EVEX-Verdrag
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS378222:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld ook OLG Köln 6 december 2002 - 16 W 12/02, IPRax 2004, 7. Het OLG heeft art. 27 sub 2 EEX-Verdrag in het licht van art. 34 sub 2 EEX-Vo uitgelegd. Het betrof in casu een exequaturverlening op een Nederlands vonnis. De inmiddels in Duitsland woonachtige geëxecuteerde stelde dat hij op het moment van het instellen van de procedure in Nederland niet meer op zijn adres in Nederland woonachtig is geweest. Het OLG heeft in de verzetprocedure tegen de exequaturverlening overwogen dat nu de geëxecuteerde het aanwenden van een rechtsmiddel in Nederland achterwege heeft gelaten, hem geen beroep op art. 27 sub 2 EEX-Verdrag toekomt. Zie ook R. Geimer, Präklusion von Zustellungsmängeln: Die Ausstrahlung der EuGWO auf die Auslegung des Art. 27 Nr. 2 EuGVÜ/LugÜ, IPRax 2004, p. 97-98. Zie ook Geimer/Schütze (2004), p. 560.
Tekstueel bestaat er geen verschil tussen art. 27 sub 2 EEX-Verdrag en de parallelle bepaling art. 27 sub 2 EVEX-Verdrag. In zijn uitspraak van 17 juni 1998 heeft het Finse Hooggerechtshof - korkein oikeus - uitleg aan art. 27 sub 2 EVEX-Verdrag gegeven.1 In casu is een Franse dagvaarding door fictieve betekening ten parkette aan de in Finland woonachtige verweerder betekend. De Franse centrale autoriteit heeft de stukken aan de in Finland bevoegde autoriteit gezonden. De verweerder in Finland heeft geweigerd de stukken in ontvangst te nemen, aangezien er geen vertaling is bijgevoegd, hetgeen volgens de Finse Uitvoeringswet bij het Haags Betekeningsverdrag 1965 is vereist. Aldus werden de stukken aan de centrale autoriteit in Frankrijk met een aantekening teruggezonden. Nadat de verzoeker, een Nederlandse BV, een uitvoerbare verstekbeslissing in Frankrijk heeft verkregen, werd in Finland een exequatur op basis van art. 31 EVEX-Verdrag verleend. De Finse verweerder heeft verzet aangetekend en aangevoerd dat de exequaturverlening op basis van art. 27 sub 2 EVEX-Verdrag geweigerd had moeten worden, maar kreeg nul op het rekest. Op het beroep bij het korkein oikeus heeft dit gerecht geoordeeld dat de verweerder de stukken wel tijdig heeft ontvangen, aangezien er een periode van 4 maanden tussen de betekening c.q. kennisgeving aan de verweerder en de eerstdienende dag heeft gelegen. Het verweer van de wederpartij dat hij niet op de hoogte is geweest van het inleiden van een procedure tegen hem, omdat er geen sprake is geweest van een regelmatige betekening, werd door het korkein oikeus afgewezen. Door het aanbieden van de stukken werd de Finse verweerder op de hoogte gesteld van het instellen van een procedure tegen hem en had deze zelf de nodige stappen moeten ondernemen. Het korkein oikeus heeft overwogen dat de eis van regelmatigheid moet wijken in het geval dat de verweerder daadwerkelijk op de hoogte is gesteld van het inleiden van een procedure. Uit de feiten van deze casus blijkt dat de verzoeker overeenkomstig art. 10 Haags Betekeningsverdrag 1965 een kopie van de dagvaarding aan de verweerder per aangetekende brief heeft gezonden, die door de verweerder is ontvangen.
Zoals reeds in paragraaf 2.2.2 is aangegeven, zijn de beslissingen van het HvJ EG niet van toepassing op de uitleg van het EVEX-Verdrag, doch in het algemeen wordt aangenomen dat art. 27 sub 2 EVEX-Verdrag eveneens twee cumulatieve voorwaarden inhoudt. Het korkein oikeus wil echter blijkbaar niets weten van de uitleg van art. 27 sub 2 EEX-Verdrag door het HvJ EG in het Lancray 'Peters-arrest. De bescherming moet slechts aan een verweerder toekomen die zich daadwerkelijk niet heeft kunnen verdedigen en niet door zijn proceshouding het proces heeft getracht te traineren. De uitspraak van het Finse Hooggerechtshof verdient mijns inziens bijval. De uitleg door het HvJ EG is in de literatuur bekritiseerd, aangezien de benadering van het Hof in het voordeel van een malafide verweerder werkt. Onder de werking van de EEX-Verordening komt daar verandering in, nu slechts een verweerder die zich niet heeft kunnen verdedigen de bescherming van art. 34 sub 2 EEX-Vo geniet.2