Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.2.b:7.3.2.b De bijzondere uitkoopregeling (art. 2:359c BW)
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.2.b
7.3.2.b De bijzondere uitkoopregeling (art. 2:359c BW)
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS594210:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Claassens (2010), p. 117-118; Olden (2008a), p. 850; Kuijpers (2009), p. 420; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/692; Kuijpers (2011), p. 89; Josephus Jitta onder JOR 2011/45.
OK 22 september 2008, JOR 2009/288 (Grolsch).
Evenzo Kuijpers (2009), p. 89. Anders: Claassens (2010), p. 118; Handboek (2013), nr. 199.10.
OK 7 december 2010, JOR 2011/45 (Corporate Express). Evenzo Bruining (2011), p. 123.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het tweede lid van art. 2:359a BW stelt bewilligde certificaten en certificaathouders voor toepassing van de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW gelijk met aandelen en aandeelhouders (§ 6.2.3). Een vordering tot uitkoop kan derhalve ook gericht zijn tot certificaathouders ter overdracht van hun certificaten.
In de literatuur is de vraag gesteld wie de uitkoper in de procedure moet betrekken indien zijn vordering ziet op de certificaten of juist ziet op de onderliggende aandelen.1 Uit de rechtspraak van de OK volgt naar mijn mening dat de uitkoper alleen degene moet dagvaarden wiens stukken hij wil hebben.
De OK benadrukt in de uitkoopprocedure inzake Grolsch dat indien de vordering tot uitkoop ziet op de gecertificeerde aandelen, de uitkoper (nog steeds) volstaat met enkel oproepen van het administratiekantoor.2 Deze beslissing acht ik juist.3 De argumentatie uit de Flexovit-zaak – dat een certificaathouder niet mede in de procedure moet worden betrokken voor de gedwongen overdracht van aandelen (hiervoor sub a) – gaat nog steeds op ongeacht de gelijkstelling van art. 2:359a lid 2 BW. Uit de uitspraak inzake Corporate Express volgt daarnaast dat in geval de vordering ziet op de certificaten, de uitkoper alleen de certificaathouders – en niet ook het administratiekantoor – moet dagvaarden.4 Ook deze beslissing is mijns inziens juist, omdat alleen de certificaathouders bij een veroordelend vonnis in goederenrechtelijke zin bevoegd zijn om de certificaten over te dragen.
Indien er geen sprake is van volledige certificering, kan een vordering tot uitkoop mijns inziens betrekking hebben op zowel de certificaten als de aandelen (§ 6.2.3 sub c). De uitkoper moet in dat geval de houders van zowel de certificaten als de aandelen in de procedure oproepen. Opmerkelijk is wel dat de uitkoper de vordering dan niet instelt tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders, omdat hij het administratiekantoor niet kan uitkopen.
Tot slot doen zich complicaties voor met betrekking tot het dagvaarden indien de gedaagde zijn certificaten gedurende of na afloop van de procedure omwisselt voor aandelen (§ 7.3.3 sub c).