Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.5.3.4
4.5.3.4 De garanties rond valse groene kaarten
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS401870:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Illustratief in dit verband is het volgende citaat uit een brief van 11 juni 1951 van de toenmalige voorzitter van de Council of Bureaux aan de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Automobielassuradeuren (die in de jaren tot 1965, toen het Nederlands Bureau als zelfstandige rechtspersoon werd opgericht, de functies van het Bureau waarnam): 'When one remembers the class of persons who tours the Continent and the fact that a Green Card will be obtained so easily without cost, it is difficult to see why anybody should take the trouble to run the risk of forging a card. Even a crook will not run the risk of forgery for the sake of saving three Swiss Francs.' Dit waren de kosten die de Zwitsers in die tijd aan bezoekende automobilisten in rekening brachten om - bij gebrek aan een verzekering - in Zwitserland te worden toegelaten.
Het woord 'verzekerd' moet hier vanzelfsprekend niet letterlijk worden opgevat. Het IVB bewijst niet het bestaan van verzekeringsdekking, doch slechts het bestaan van een garantie van de Bureaus dat de eventuele schade zal worden vergoed.
De groene kaart is een merkwaardig document. Enerzijds is het een officieel erkend grensdocument op grond waarvan de autoriteiten van de aan het stelsel deelnemende staten zich verplichten buitenlandse motorrijtuigen tot hun grondgebied toe te laten, zonder van de bestuurder te verlangen dat hij een verzekering bij een verzekeraar in het bezochte land afsluit. Anderzijds is het opstellen en afgeven ervan met opvallend weinig waarborgen omgeven. Misbruik lag daarom al vanaf de inwerkingtreding van het groenekaartstelsel in 1953 voor de hand.
Het risico werd aanvankelijk niet bijzonder zwaar ingeschat. De moeite die het in die dagen zonder computers en met slechts zeer beperkte mogelijkheden tot fotokopiëren - zou kosten om een geloofwaardige vervalsing te maken, gevoegd bij de bescheiden kosten van buitenlanddekking, rechtvaardigden deze risico-inschatting.1
Met het voortschrijden van de techniek en de stijging van de kosten van verzekering is daarin wel verandering gekomen. Met name in de economisch minder ontwikkelde landen van het groenekaartstelsel lijkt het probleem van de valse of onbevoegd veranderde groene kaart een omvang te hebben die de betrokken Bureaus zorgen baart. In de omvang van het probleem in termen van aantallen of financiële consequenties bestaat echter weinig of geen inzicht.
De in de vorige paragrafen beschreven formele en materiële eisen die door de Bureaus aan het IVB worden gesteld, roepen de vraag op welke aansprakelijkheden de Bureaus op zich nemen in geval van vervalsingen of ongeoorloofde veranderingen in het document. Ook rijst de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden het 'regelend' Bureau aangesproken kan worden als de groene kaart door de verzekeraar is afgegeven in strijd met de voorwaarden waaraan hij op grond van de afspraken binnen de Council of Bureaux moet voldoen. Twee tegenstrijdige belangen moeten bij het beantwoorden van deze vragen in het oog worden gehouden: enerzijds moet worden bedacht dat het IVB een grensdocument is, waarmee buitenlandse bezoekende bestuurders op eenvoudige wijze kunnen aantonen dat zij 'verzekerd' zijn conform de eisen van het bezochte land.2 Anderzijds neemt het Bureau van het land van het ongeval de garantie op zich dat de schade die door het bezoekende voertuig wordt veroorzaakt aan de benadeelde zal worden vergoed, een garantie die uiteindelijk alleen kan worden verleend als de verzekeraar, dan wel het Bureau van het land van herkomst van het voertuig de restitutie van de betaalde bedragen waarborgt. Te strenge eisen aan de geldigheid van het document betekenen controle aan de grens op de inhoudelijke geldigheid van het IVB, waarmee het nuttig effect ervan als grensdocument in belangrijke mate komt te vervallen. Te lichte eisen brengen onoverzienbare risico's voor de Bureaus met zich.
Dit alles heeft geleid tot zeer genuanceerde antwoorden op de vraag wanneer de Bureaus instaan voor niet aan de voorwaarden van de Council beantwoordende IVB's. Dit regime kan als volgt worden samengevat:
In beginsel worden ook ongeoorloofd gewijzigde en (volkomen) valse IVB's door de Bureaus gegarandeerd als waren zij echt en geldig. Zie art. 9, eerste alinea van de Internal Regulations:
"Any Green Card presented in a country for which it is valid, purporting to be issued under the authority of a bureau shall be guaranteed by that bureau, even if it is false, unauthorised or illegally altered."
Deze garantie wordt echter enigszins ingeperkt.
In de eerste plaats bepaalt art. 9, tweede alinea dat de garantie zich niet uitstrekt tot (valse of ongeoorloofd gewijzigde) groene kaarten, afgegeven voor voertuigen die niet regelmatig zijn geregistreerd in het land van het betrokken Bureau. Deze uitzondering houdt verband met de regel dat Bureaus alleen groene kaarten mogen afgeven voor in hun land geregistreerde voertuigen. Zie daarvoor par. 4.53.2 onder c.
Heeft echter de verzekeraar op de voet van art. 73 van de Internal Regulations toestemming van zijn Bureau gekregen om groene kaarten uit te geven aan zijn verzekerden in landen waar hij is gevestigd en waar geen Bureau bestaat, dan worden dergelijke vervalsingen wel gegarandeerd. Zie voor de regeling van de toestemming van het Bureau om groene kaarten af te geven aan verzekerden in landen waar geen Bureau bestaat par. 4.5.3.2 onder d.
Voor alle duidelijkheid zij hier benadrukt dat het hier gaat om de garantie voor valse of ongeoorloofd gewijzigde IVB's. Heeft een verzekeraar in strijd met de regels een groene kaart afgegeven voor een voertuig dat niet is geregistreerd in het land waar hij is toegelaten en bij het Bureau waarvan hij is aangesloten, dan wordt deze groene kaart gewoon gegarandeerd.
Tot zover de basisregeling met betrekking tot ongeoorloofd gewijzigde of valse groene kaarten in de Internal Regulations. De praktijk van de Bureaus laat een grote variatie aan wijzigingen en vervalsingen zien, die de Council of Bureaux in de loop der jaren verschillende keren tot uitleg van deze regels hebben gebracht. De logica van deze antwoorden op de vraag of een gewijzigde of valse groene kaart door de Bureaus wordt gegarandeerd, springt niet steeds in het oog. Een kleine bloemlezing:
Als geldige groene kaarten worden beschouwd op zich wel door de verzekeraar afgegeven kaarten die echter onvolledig of onjuist zijn omdat zij:
— niet zijn ondertekend door de verzekeraar;
— de code of de naam van de verzekeraar onvolledig vermelden, vooropgesteld dat de identiteit van het garanderend Bureau wel is vermeld;
— niet in overeenstemming zijn met het door de UNECE vastgestelde model, mits de essentiële gegevens die een groene kaart moet bevatten er in de juiste structuur op staan;
— het logo van het Bureau of van de verzekeraar in gewijzigde vorm bevatten; Eveneens als geldig worden beschouwd groene kaarten:
— waarop het kenteken van het gedekte voertuig is veranderd;
— waarop de naam van de verzekeringnemer een andere is dan de op de polis als verzekeringnemer vermelde persoon;
— die van een originele groene kaart zijn nagemaakt, mits is voldaan aan de voorwaarden van art. 9 van de Internat Regulations, dat wil zeggen dat de kaart betrekking heeft op een voertuig dat geregistreerd is in het land waar de verzekeraar is toegelaten, dan wel in een land waar geen Bureau bestaat, waar de verzekeraar is gevestigd en waar hij met toestemming van het Bureau waarvan hij lid is zijn verzekerden van groene kaarten mag voorzien;
— waarop wel de naam van het garanderend Bureau is vermeld maar niet de code of de naam van de verzekeraar, onder de voorwaarde dat aan art. 9 van de Internat Regulations is voldaan.
Daarentegen wordt als niet-geldig beoordeeld een groene kaart waarop niet wordt vermeld welk Bureau als garanderend Bureau optreedt, ongeacht of de naam en de code van de verzekeraar worden vermeld of niet.
Een tussenvorm is de groene kaart waarop met de hand, de schrijfmachine of de tekstverwerker informatie is toegevoegd. In de meeste gevallen gaat het om toevoeging van landencodes. De kaart wordt dan op zich wel als geldig beschouwd, maar de toevoeging breidt de garantie van het Bureau en de verzekeraar niet uit. Voor het overige blijft de kaart echter zijn geldigheid behouden.
Deze op het eerste gezicht niet bijzonder logische of samenhangende uitleg van het begrip 'geldige groene kaart', is het gevolg van de wijze van werken van de Council, die op casuïstische wijze tot zijn beslissingen komt. Dit brengt mee dat bij niet hiervoor beschreven situaties telkens in Council-verband moet worden nagegaan hoe daarover wordt gedacht.
Hoewel in het oog moet worden gehouden dat deze regels in beginsel alleen de verhoudingen tussen de Bureaus betreffen en de benadeelde daaraan - eveneens in beginsel - niet gebonden is, zijn zij voor de vraag of een benadeelde een aanspraak tegen het Bureau heeft toch van belang. De geldigheid van een ongeoorloofd gewijzigde of valse groene kaart in de verhouding tussen het 'regelend' en het garanderend Bureau is immers alleen van belang als de benadeelde aanspraak heeft op vergoeding van zijn schade. Anders gezegd: als de Bureaus onderling uitgaan van de geldigheid van een 'groene kaart met een gebrek' kan de benadeelde ervan uitgaan dat deze geldigheid ook door hem kan worden ingeroepen. Omgekeerd echter betekent het feit dat de Bureaus onderling groene kaarten met bepaalde gebreken niet garanderen, niet dat deze groene kaart in de relatie tussen 'regelend' Bureau en benadeelde eveneens niet als geldig wordt beschouwd. Daarover gaat uiteindelijk de rechter. Op de vragen omtrent de gevolgen van de afspraken rond groene kaarten met gebreken in Council-verband voor de positie van de benadeelde gaat paragraaf 4.53.6 nader in. Eerst moet echter worden ingegaan op het bewijs van het bestaan van een geldige groene kaart. Daarbij zal blijken dat de kwestie van de geldigheid van valse of ongeoorloofd gewijzigde groene kaarten voor de praktijk van beperkt belang is.