Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/9.9.2.b
9.9.2.b Aansprakelijkheid op grond van de 403-verklaring
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250287:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Verbrugh 2007, p. 268, Van der Kraan 2012, p. 146 en 155, E.C.A. Nass 2019, p. 184 en Beckman – Compendium jaarrekening, § 3.8.3.40. Zie § 9.2.2 waar ik tot de conclusie kom dat de 403-aansprakelijkheid onder algemene titel kan overgaan op een verkrijgende rechtspersoon. Dit standpunt wordt echter niet door iedereen onderschreven. Zie met betrekking tot onderhavige casus: Van Olffen, Buijn & Simonis 2004, p. 89 en Zaman, Van Eck & Roelofs 2009, p. 281.
Ter verduidelijking dat de 403-aansprakelijkheid op de verkrijgende rechtspersoon rust, kan deze mijns inziens met betrekking tot de 403-verklaring een addendum deponeren dat zij op grond van deze verklaring aansprakelijk is.
Zie § 5.6.
E.C.A. Nass 2019, p. 184 en Beckman – Compendium jaarrekening, § 3.8.3.40.
In de splitsingsakte moet zijn opgenomen op welke van de verkrijgende rechtspersonen de 403-aansprakelijkheid – als onderdeel van het vermogen van de verdwenen moedermaatschappij – onder algemene titel is overgegaan.1,2 Na de zuivere splitsing heeft de 403-verklaring te gelden als verklaring van de desbetreffende verkrijgende rechtspersoon.3 Deze rechtspersoon is aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien en zijn voortgevloeid uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij.4 Daaronder vallen ook de schulden die voortvloeien uit een rechtshandeling die de 403-maatschappij verricht na de zuivere splitsing van de moedermaatschappij.
Als aan de hand van de splitsingsakte niet kan worden bepaald op welke verkrijgende rechtspersoon de 403-aansprakelijkheid onder algemene titel is overgegaan, zijn de verkrijgende rechtspersonen gezamenlijk op grond van de 403-verklaring hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij.5 In de praktijk zal deze situatie zich echter niet vaak voordoen omdat in een splitsingsakte doorgaans een restbepaling wordt opgenomen op grond waarvan de vermogensbestanddelen waarvan niet expliciet is vermeld op welke verkrijgende rechtspersoon ze overgaan, op een van de verkrijgende rechtspersonen overgaan.
Als er na de zuivere splitsing van de moedermaatschappij een groepsband bestaat tussen de verkrijgende rechtspersoon op wie de 403-aansprakelijkheid is overgegaan en de 403-maatschappij, kan laatstgenoemde gebruik blijven maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime – mits ook aan de overige voorwaarden hiervoor is voldaan.6