Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/6.7:6.7 Conclusie
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/6.7
6.7 Conclusie
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS398522:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is onderzocht wat de rechtsgevolgen zijn van de verbreding van het eigendomsvoorbehoud tot andere vorderingen. Van een dergelijke verbreding is sprake indien tussen partijen een wederkerigheidsrelatie wordt geschapen tussen verplichtingen, die gewoonlijk niet tegenover elkaar staan. Het gaat daarbij om het tegenover elkaar stellen van de verplichting tot eigendomsverschaffing van de verkoper met de verplichting van de koper om ook andere vorderingen zoals omschreven in artikel 3:92 lid 2 BW, te voldoen.
In dat kader is geconcludeerd dat een verbreed eigendomsvoorbehoud ook tot gevolg kan hebben dat de verkoper eigenaar blijft, indien de koper op een zeker moment niets verschuldigd is, maar wel denkbaar is dat in de rechtsverhouding tussen verkoper en koper in de toekomst nog nieuwe vorderingen zullen ontstaan. Hoewel niets zich tegen een zodanig kredieteigendomsvoorbehoud verzet, moet uiteindelijk wel beoogd zijn dat de koper eigenaar wordt. Bovendien volgen uit de ratio van artikel 3:92 lid 2 BW nadere inhoudelijke en temporele beperkingen aan de vorderingen waarvoor de eigendom kan worden voorbehouden. Bovendien is denkbaar dat de verkoper gehouden is mee te werken aan een eigendomsovergang aan de koper op een eerder moment dan het einde van de rechtsverhouding. Ook is betoogd dat een verdere verbreding door middel van contractuele afspraken tussen verkoper en koper, zoals een imputatiebeding, in strijd komt met de strekking van artikel 3:92 lid 2 BW, zodat dergelijke afspraken ontoelaatbaar zijn.
Tot slot is aandacht besteed aan de uitoefening van het verbreed eigendomsvoorbehoud. De uitoefening voltrekt zich op dezelfde wijze als bij het eenvoudig eigendomsvoorbehoud, namelijk door middel van ontbinding van de onderliggende koopovereenkomst. De bijzonderheid van het verbreed eigendomsvoorbehoud is in dat verband gelegen in de omstandigheid dat de verkoper de mogelijkheid heeft om de koopovereenkomst te ontbinden vanwege het in gebreke blijven van de koper met de voldoening van de overige vorderingen, waarvoor de eigendom is voorbehouden. Er bestaat geen reden om het verbreed eigendomsvoorbehoud te onderwerpen aan een ander regime, zoals in de literatuur wel is gesuggereerd, omdat in werkelijkheid sprake zou zijn van een vorm van zekerheidseigendom. Hoewel voor een andere benadering wel iets valt te zeggen, strookt zij niet met hetgeen de wetgever voor ogen stond bij de introductie van het verbreed eigendomsvoorbehoud. Wel zou het wenselijk zijn om bij de afwikkeling van de koopovereenkomst rekening te houden met de omstandigheid dat de koper de directe tegenprestatie al volledig kan hebben voldaan, maar het is de vraag in hoeverre daarvoor daadwerkelijk ruimte bestaat.