Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/3.2:3.2 Bestaande theorieën
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/3.2
3.2 Bestaande theorieën
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS625818:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Langemeijer 1927, p. 27-29, 34-38; Hammerstein 1977, p. 23-47; Sagaert 2003, p. 24-63.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
65.
In de loop der jaren is op verschillende wijzen een verklaring gezocht voor zaaksvervanging. In hoofdlijnen zijn hierbij drie verschillende theorieën ter verklaring van het fenomeen zaaksvervanging te onderscheiden. De eerste of klassieke theorie verklaarde zaaksvervanging als een juridische fictie en staat daarom bekend als de fictieleer. Deze eerste theorie is later grotendeels vervangen door een benadering waarin de waarde van het te vervangen goed centraal stond. Zaaksvervanging werd gezien als een methode om deze waarde te behouden, omdat die door een (willekeurig) goed vertegenwoordigde waarde bestemd was voor een bepaald doel. Aansluitend bij deze gedachte kwam men tot de conclusie dat zaaksvervanging een methode was om ongerechtvaardigde vermogensverschuivingen te voorkomen. Een derde stroming zocht voor de verklaring voor zaaksvervanging aansluiting bij subrogatie. Daarbij treedt namelijk steeds een verandering op in bepaalde rechtsverhoudingen, terwijl deze toch blijven voortbestaan. Voor zaaksvervanging geldt hetzelfde. De subrogatieleer benadert zaaksvervanging als de zakelijke variant, die samen met de persoonlijke subrogatie twee takken aan dezelfde boom vormt.
Alle theorieën zijn afkomstig uit het Franse recht en bouwen op elkaar voort. Van een strakke scheiding tussen standpunten van de verschillende auteurs is niet altijd sprake, zoals ook blijkt uit de (uitgebreide) beschrijvingen in de proefschriften van Langemeijer, Hammerstein en Sagaert.1 Uit deze onderzoeken blijkt dat de evolutie in het denken over zaaksvervanging in grote lijnen vier fasen heeft doorlopen, die hier enigszins vereenvoudigd als drie theorieën worden gepresenteerd. De nadruk verschuift daarbij van het goed naar het recht dat daarop rust en de rechtsverhouding met de gerechtigden. De onderstaande schets is op de eerdere onderzoeken gebaseerd en geeft een beeld van deze fasen en de daaruit voortvloeiende grondslagen van zaaksvervanging. Steeds wordt daarbij stilgestaan bij het potentiële toepassingsbereik van zaaksvervanging volgens de betreffende theorie en de mate waarin onderscheid wordt gemaakt tussen ratio en methode.
3.2.1 Klassieke of fictieleer3.2.2 Waardebestemmings- en verrijkingsleer3.2.3 Subrogatieleer3.2.4 Slotsom met betrekking tot de ratio