Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/2.5:2.5 Conclusie
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/2.5
2.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233719:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk ben ik ingegaan op het ontstaan van de political question-doctrine en de aanvankelijke toepassing daarvan door het Amerikaanse Hooggerechtshof. Zoals beschreven, wordt de zaak Marbury v. Madison aangemerkt als het vertrekpunt van de doctrine. Daarin trok het Hof niet alleen de bevoegdheid van de federale rechter om de grondwettigheid van wetgeving te beoordelen voor het eerst uitdrukkelijk naar zich toe, maar erkende het ook dat er geschillen kunnen zijn waarover de rechter zich niet inhoudelijk behoort uit te spreken. De doctrine diende in zoverre als wisselgeld voor de toetsingsbevoegdheid van de rechter. Wel bestond er zeker in de beginfase nog onduidelijkheid over het bereik en de grondslag van de doctrine en over de relevante factoren of criteria die kunnen maken dat de rechter zich in een voorkomend geval afzijdig moet houden.