Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/2.1
2.1 Inleiding
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233574:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Henkin 1976, p. 622: ‘The ‘political question’ doctrine, I conclude, is an unnecessary deceptive packaging of several established doctrines that has misled lawyers and courts to find in it things that were never put there and make it far more than the sum of its parts.’ Vgl. ook Tiger 1970; Seidman 2004.
Zie bijv. Barkow 2002, p. 273-300; Barkow 2007, p. 40; Michel 2013, p. 259-265; Cole 2014, p. 22-23; Shemtob 2016, p. 1025-1028. Zie ook paragraaf 3.7 hierna.
Zie daarover in de Nederlandse literatuur bijv. Heringa 2003; Sillen 2010, p. 4-14; Janse de Jonge 2012a, p. 51-53.
De Amerikaanse political question-doctrine is een doctrine op grond waarvan de Amerikaanse federale rechter bij bepaalde geschillen een inhoudelijke beoordeling achterwege moet laten. Deze doctrine is niet onomstreden. Sommige auteurs hebben haar bestaan stellig ontkend.1 Andere auteurs menen dat de doctrine haar belang voor de rechtspraktijk inmiddels heeft verloren.2 Zoals later in dit onderzoek zal blijken, is dit alles ten onrechte: de doctrine is een uitdrukkelijk erkende doctrine die zo nu en dan door de Amerikaanse federale rechter wordt toegepast. Het ontstaan van de doctrine loopt parallel met de erkenning van de bevoegdheid van de Amerikaanse federale rechter om de grondwettigheid van wetgeving na te gaan in de zaak Marbury v. Madison.3 Van een heldere, vastomlijnde doctrine was zeker in de beginfase echter nog geen sprake.