De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer
Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/4.4.4:4.4.4 Afrondende bevindingen
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/4.4.4
4.4.4 Afrondende bevindingen
Documentgegevens:
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855314:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De analyse van de verschillende opzegregelingen heeft een aantal bevindingen opgeleverd. De toelichting op het verplaatsen van de preventieve beëindigingstoets van het BBA naar titel 7.10 BW, waardoor een deel van de opdrachtnemers niet langer deze bescherming genieten, laat twijfel bestaan over de daadwerkelijke bedoeling van de wetgever. Dat leidt er niet zozeer toe dat onduidelijk is of de opdrachtnemer aan de onderkant nog een beroep kan doen op deze bescherming (dat is namelijk niet het geval), maar wel of de wetgever de opdrachtnemer aan de onderkant is ‘vergeten’ of dat hij vindt dat deze opdrachtnemer in dit kader geen bescherming verdient. Dat laatste zou betekenen dat de wetgever de opzegging door de opdrachtgever als normaal bedrijfsrisico ziet voor alle opdrachtnemers, dus ook de opdrachtnemer aan de onderkant.
De bestudering van de wijze waarop de verschillende opzegregelingen met de opzegtermijn omgaan, hebben relevante inzichten verschaft in wat wel en wat niet als redelijke opzegtermijn kan kwalificeren in de zin van artikel 6:248 lid 1 BW. In de eerste plaats tonen de verschillende opzegregelingen een gelijkenis tussen de lengte van de opzegtermijn en de looptijd van de overeenkomst. Daarbij is specifiek gekozen voor rechtszekerheid boven maatwerk, welke lijn ik ook zou volgen als een opzegtermijn voor de duurovereenkomst van opdracht in de wet wordt vastgelegd. Ook op dit moment – en dus zonder wettelijke aanpassing – kunnen de termijnen uit het arbeidsovereenkomstenrecht en het agentuurrecht van belang zijn voor de overeenkomst van opdracht, omdat zij naar mijn overtuiging analoog kunnen worden toegepast op de gevallen waarin de opdrachtgever de duurovereenkomst van opdracht met de opdrachtnemer aan de onderkant opzegt en een redelijke opzegtermijn moet worden bepaald.
Ten aanzien van de opzegvergoedingen heb ik de verscheidene opzegregelingen bekeken en daar vrij weinig uitgehaald. Dat houdt verband met het feit dat in veel gevallen een goede reden bestaat waarom de opdrachtnemer de bescherming op dit terrein mist of met de simpele reden dat hij al soortgelijke bescherming geniet.