Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/462
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. onverzekerd rijden, art. 30 lid 4 WAM. Dubbel verstek. Had hof de inhoud van e-mail van verdachte moeten aanmerken als grief a.b.i. art. 410 lid 1 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 2 september 2025, NJ 2025/320, m.nt. J.M. Reijntjes m.b.t. eisen die worden gesteld aan wijze van indiening en formulering van grieven. Hof heeft toepassing gegeven aan art. 416 lid 2 Sv en kennelijk geoordeeld dat e-mail waarmee verdachte aan griffie Rb volmacht heeft verleend tot instellen van hoger beroep, met daarin opgenomen de zin “Helaas kon ik niet bij deze rechtzaak aanwezig zijn en heb ik ool niet tijdig kunnen afzeggen”, niet kan worden opgevat als grief a.b.i. art. 410 Sv. Dat oordeel geeft, gelet op wat hiervoor is overwogen, blijk van onjuiste rechtsopvatting. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 17-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:437
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/00797
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:437, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:164, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑02‑2026
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. onverzekerd rijden, art. 30 lid 4 WAM. Dubbel verstek. Had hof de inhoud van e-mail van verdachte moeten aanmerken als grief a.b.i. art. 410 lid 1 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 2 september 2025, NJ 2025/320, m.nt. J.M. Reijntjes m.b.t. eisen die worden gesteld aan wijze van indiening en formulering van grieven. Hof heeft toepassing gegeven aan art. 416 lid 2 Sv en kennelijk geoordeeld dat e-mail waarmee verdachte aan griffie Rb volmacht heeft verleend tot instellen van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.