Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/2.3.1
2.3.1 Art. 5:118 BW
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491083:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Voetnoten
Voetnoten
Er is geen gemeenschap als één persoon is gerechtigd tot alle appartementsrechten (Parl. Gesch. BW Boek 5, p. 376-377; Asser/Bartels & Van Velten 5 2017/343).
Parl. Gesch. BW Boek 5, p. 393-395; Reehuis & Heisterkamp, Pitlo Goederenrecht 2019/726a; Asser/Bartels & Van Velten 5 2017/498; Van der Plank 2016,p. 190-195; Tweehuysen 2011, p. 491-492. Eveneens kan de appartementseigenaar volgens art. 5:118 BW een erfdienstbaarheid vestigen ten behoeve van een andere onroerende zaak, maar die mogelijkheid is hier niet relevant.
Parl. Gesch. BW Boek 5, p. 393.
Een dergelijke bevoegdheid zou ook kunnen worden opgenomen in het reglement van splitsing. Vestiging van een onderlinge erfdienstbaarheid is een eenvoudig alternatief voor wijziging van het reglement van splitsing (Parl. Gesch. BW Boek 5, p. 393-394). Voor de vestiging is alleen de medewerking van de twee betrokken appartementseigenaren vereist, terwijl voor wijziging van het reglement van splitsing een aanmerkelijk zwaardere procedure geldt (art. 5:139 BW).
Althans niet uit hoofde van een goederenrechtelijk recht. Een andere appartementseigenaar kan hem die bevoegdheid wel contractueel verlenen.
Zie verder over deze bepaling §6.3.2.
14. Bij een splitsing in appartementsrechten zijn de appartementseigenaars gezamenlijk gerechtigd tot het gehele gesplitste gebouw of stuk grond. Daarom is sprake van gemeenschap (art. 3:166 lid 1 BW).1 Zij hebben ieder een exclusief gebruiksrecht van hun privégedeelte (het gedeelte van de onroerende zaak dat bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, art. 5:106 lid 4 BW).
Een appartementseigenaar kan volgens art. 5:118 lid 1 BW een erfdienstbaarheid vestigen op zijn privégedeelte (dienend ‘erf’), ten behoeve van een ander privégedeelte in dezelfde splitsing (heersend ‘erf’).2 Dit wordt een onderlinge erfdienstbaarheid genoemd.3 De erfdienstbaarheid kan bijvoorbeeld de bevoegdheid geven om gebruik te maken van het terras van een ander privégedeelte.4
Hier is sprake van een beperkt recht op een eigen zaak in een gemeenschapssituatie, omdat de appartementseigenaars gezamenlijk zijn gerechtigd tot alle privégedeeltes. Zij zijn gezamenlijk eigenaar van heersend en dienend erf. Er bestaat echter wel belang bij de onderlinge erfdienstbaarheid, omdat de appartementseigenaars ieder een exclusief gebruiksrecht hebben van hun eigen privégedeelte. Zonder erfdienstbaarheid mag een appartementseigenaar geen gebruik maken van het privégedeelte van een andere eigenaar.5 Met een onderlinge erfdienstbaarheid mag hij dat wel, binnen de grenzen die de erfdienstbaarheid stelt.6