Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1251
Toepassing van art. 77ma Sr is niet onverenigbaar met art. 37 onder b en art. 40 lid 1 en 4 IVRK.
HR 18-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1701
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/02211 J
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Jeugdstrafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1701, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:915, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑12‑2024
- Wetingang
Essentie
Toepassing van art. 77ma Sr is niet onverenigbaar met art. 37 onder b en art. 40 lid 1 en 4 IVRK. Vervolg op Hof Arnhem-Leeuwarden 28 mei 2024, NJFS 2024/311.
Samenvatting
Op grond van art. 77ma lid 1 Sr geldt als hoofdregel dat een taakstraf niet wordt opgelegd in geval van veroordeling voor een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld en dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.