Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/4.5.6.b
4.5.6.b Standpunten in de literatuur
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250227:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Van der Ploeg 1986, p. 60. Ik merk op dat Van der Ploeg zijn standpunt toespitst op de aansprakelijkheid van een beherend vennoot van een commanditaire vennootschap. Dit standpunt geldt mijns inziens mutatis mutandis ook voor de aansprakelijkheid van een vennoot in een maatschap of een vennootschap onder firma.
Houwen, Schoonbrood-Wessels & Schreurs 1993, p. 848.
Bartman 1989, p. 121.
Bartman 1989, p. 121-122, Koning 1991, p. 30, Van der Heijden/Van der Grinten 1992/324.2 (zie Van der Heijden/Van der Grinten & Dortmond 2013/324.3, waar dit onderwerp wel wordt aangestipt, maar geen standpunt wordt ingenomen), Houwen, Schoonbrood-Wessels & Schreurs 1993, p. 848, Ten Voorde 2006, p. 111-112 en Stokkermans 2017, p. 254. Ik merk op dat enkele auteurs hun standpunt toespitsten op de aansprakelijkheid van een beherend vennoot van een commanditaire vennootschap en/of de aansprakelijkheid van een vennoot in een vennootschap onder firma. Hun standpunt geldt mijns inziens mutatis mutandis ook voor de aansprakelijkheid van een vennoot in een maatschap en een vennoot in een vennootschap onder firma.
Bartman 1989, p. 121-122.
Tervoort 2015, p. 133-135 en Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII 2017/118.
Beckman 1987, p. 536 en Beckman 1995a, p. 564.
In de literatuur zijn drie standpunten te onderscheiden ten aanzien van het antwoord op de vraag in hoeverre de externe aansprakelijkheid van een 403-maatschappij als vennoot voor de schulden van de personenvennootschap jegens derden onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt. Het eerste standpunt wordt verdedigd door Van der Ploeg.1 Hij wijst erop dat de aansprakelijkheid van de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring onderdeel is van de compensatie voor de crediteuren omdat zij de jaarrekening van de 403-maatschappij niet kunnen inzien. Volgens hem valt daarom slechts de aansprakelijkheid van de 403-maatschappij voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die deze zelf namens de personenvennootschap heeft verricht, onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid. De aansprakelijkheid van de 403-maatschappij voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die een van de andere vennoten namens de personenvennootschap heeft verricht, valt volgens Van der Ploeg niet onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid.
Evenals Houwen en Bartman kan ik mij niet vinden in bovenstaand standpunt. Houwen merkt terecht op dat als een van de vennoten namens de personenvennootschap een rechtshandeling verricht, hij daardoor ook de andere vennoten bindt.2 De crediteur heeft er daarom belang bij dat hij kan schatten in hoeverre iedere vennoot in staat zal zijn aan haar verplichting te voldoen. Aangezien de crediteur niet de mogelijkheid heeft om de jaarrekening van de 403-maatschappij in te zien en (mede) aan de hand daarvan te schatten hoe groot het risico is dat de 403-maatschappij tekortschiet in de nakoming van haar verplichting, meen ik met Houwen dat de crediteur voor dit gebrek aan inzicht moet worden gecompenseerd. Hij dient zijn vordering op de 403-maatschappij ook op grond van de 403-verklaring op de moedermaatschappij te kunnen verhalen van wie hij de geconsolideerde jaarrekening wel kan inzien. Daarnaast merkt Bartman terecht op dat de uitleg van de 403-aansprakelijkheid volgens het standpunt van Van der Ploeg mogelijk tot misbruik kan leiden.3 De 403-maatschappij zou namelijk een katvanger als vennoot alle rechtshandelingen namens de personenvennootschap kunnen laten verrichten. Hierdoor hoeft de 403-maatschappij zelf geen rechtshandelingen te verrichten namens de personenvennootschap, waardoor er voor de moedermaatschappij op dit punt geen aansprakelijkheid ontstaat.
Het tweede standpunt omtrent de 403-aansprakelijkheid van de moedermaatschappij en de externe aansprakelijkheid van de 403-maatschappij voor de schulden van de personenvennootschap jegens derden, wordt onder meer door Houwen en Bartman verdedigd.4 Zij betogen dat de aansprakelijkheid van de 403-maatschappij voor de schulden die voortvloeien uit alle rechtshandelingen die namens de personenvennootschap zijn verricht, onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt. Daarbij maakt het niet uit wie van de vennoten de rechtshandeling namens de personenvennootschap heeft verricht. Bartman wijst erop dat de 403-aansprakelijkheid op grond van art. 2:403 lid 1 sub f BW is beperkt tot schulden die uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij voortvloeien, en dat schulden uit de wet daar niet onder vallen.5 Dit onderscheid geldt wat hem betreft ook met betrekking tot de externe aansprakelijkheid van de 403-maatschappij voor de schulden van de personenvennootschap jegens derden. Dit brengt volgens Bartman mee dat de aansprakelijkheid van de 403-maatschappij voor de schulden van de personenvennootschap die uit de wet voortvloeien – zoals de verplichting tot het vergoeden van de schade die is veroorzaakt door een gedraging die als een onrechtmatige daad aan de personenvennootschap kan worden toegerekend6 – buiten de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt.
Het derde en laatste standpunt wordt verdedigd door Beckman. Hij legt de 403-aansprakelijkheid op dit punt het ruimst uit en betoogt dat de volledige externe aansprakelijkheid van de 403-maatschappij voor de schulden van de personenvennootschap jegens derden daaronder valt.7 Dit betreft zowel de schulden van de personenvennootschap die voortvloeien uit een rechtshandeling als die uit de wet. Beckman wijst erop dat de overeenkomst tot samenwerking in een personenvennootschap een rechtshandeling is van de 403-maatschappij. Hij is van mening dat de volledige externe aansprakelijkheid van de 403-maatschappij voor de schulden van de personenvennootschap jegens derden uit die overeenkomst voortvloeit en daarom onder de 403-aansprakelijkheid valt.