E-arbitrage
Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/2.13:2.13 Nota Wetgeving elektronische snelweg (Nota WES)
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/2.13
2.13 Nota Wetgeving elektronische snelweg (Nota WES)
Documentgegevens:
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS400258:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze Nota is in 1998 door de minister van Justitie namens het kabinet aan de Voorzitter van de Tweede Kamer aangeboden.
Nederland was er redelijk snel bij met nadenken over de elektronische snelweg. De Nota is het resultaat van een studie die eind 1996 is gestart en geeft een overzicht van de meest belangrijke gevolgen van de elektronische snelweg voor de Nederlandse wetgeving. De Nota beoogt een legitimatie te geven aan het overheidsoptreden tijdens de overgang naar de informatiesamenleving, voor zover het instrument wetgeving daarbij een rol kan spelen. De Nota moest leiden tot:
een toetsingskader voor de wetgever, dat houvast moet geven aan de actoren in het wetgevingsproces bij vragen van wetgeving rond de elektronische snelweg;
een reeks voorstellen voor het opstellen, aanpassen en intrekken van wetgeving en voor de inbreng vanuit Nederland in internationale overlegfora, evenals een aantal daarmee samenhangende voornemens.
De Nota concludeert dat de overgang naar de informatiesamenleving vergaande veranderingen brengt, maar niet leidt tot een radicale breuk met het verleden. Het kabinet kiest volgens de Nota tot uitgangspunt dat - bij het huidige niveau van ontwikkeling van de elektronische snelweg - de juridische normen uit de fysieke wereld tevens toepasbaar moeten zijn in de elektronische wereld: wat 'off-line' geldt moet ook 'on-line' gelden.
Hiermee wordt de toon gezet die een paar jaar later te horen is in de toelichting bij het wetsvoorstel betreffende art. 6:227a BW: een elektronische overeenkomst wordt gelijkgesteld aan een schriftelijke overeenkomst, mits aan bepaalde eisen wordt voldaan (hetzelfde geldt voor de elektronische handtekening), maar bij het bepalen van die eisen wordt aansluiting gezocht bij de papieren wereld.
Volgens het kabinet zijn bestaande juridische kaders in het algemeen, soms na aanpassing, goed toepasbaar in een elektronische omgeving. Daarbij is de gedachte dat de open, onafhankelijke (bedoeld is: van technologie onafhankelijke) formulering van belangrijke delen van het Nederlands recht dit recht geschikt maakt voor toepassing in de elektronische omgeving. Het kabinet realiseert zich zoals blijkt uit de Nota dat aanpassing nodig zou zijn waar het recht bijvoorbeeld vormvereisten stelt voor het tot stand komen van rechtshandelingen. Als voorbeeld wordt genoemd de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die alleen schriftelijke besluitvorming erkent. Aanpassing is ook nodig waar het bestaande recht onvoldoende rechtszekerheid biedt, aldus de Nota.
Intussen kan met de stellers van de Nota WES worden vastgesteld, dat belangrijke algemene begrippen in het vermogensrecht onafhankelijk van de technologie zijn geregeld. Te denken valt aan leerstukken die betrekking hebben op de rechtshandeling: nietigheden en vernietigbaarheden, vertegenwoordiging. Abstracte begrippen als rechtshandeling, meerzijdigheid, verbintenis, prestatie of tekortkoming, zijn in een elektronische omgeving even goed bruikbaar als in de traditionele wereld.