E-arbitrage
Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/2.7:2.7 Richtlijn elektronische handtekening
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/2.7
2.7 Richtlijn elektronische handtekening
Documentgegevens:
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS399127:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
R.E. van Esch: 'Electronic Data Interchange (EDI) en het vermogensrecht', p. 127-30, Tjeenk Willink, Deventer.
R.E. van Esch: 'De betrekkelijke waarde van de Wet elektronische handtekeningen voor de elektronische handel' in het blad Computerrecht 2003/06, p. 337.
Zie overweging 4 die voorafgaat aan de Richtlijn.
Kamerstukken II 27 743, nr. 3, p. 1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het elektronische verkeer kan geen gebruik worden gemaakt van een schriftelijke handtekening. Daarvoor in de plaats kunnen technieken worden gebruikt die een of meer functies van de handtekening vervullen. Deze technieken worden aangeduid met de term 'elektronische handtekening'.
Waartoe dient eigenlijk een handtekening?
Het hierna volgende over de elektronische handtekening is ontleend aan Van Esch. Van Esch onderscheidt een aantal functies van de handtekening.1
Ten eerste kan aan de hand van de handtekening de persoon worden geïdentificeerd die de verklaring heeft afgelegd. Nagegaan kan worden, na identificatie, of hij bevoegd is om de rechtshandeling die in de verklaring besloten ligt, te verrichten. De ondertekenaar uit in de tweede plaats door zijn handtekening de wil om gebonden te zijn aan de rechtsgevolgen die aan de verklaring verbonden zijn. Ten derde: door het plaatsen van een handtekening op een geschrift kan een originele akte worden gecreëerd met de daaraan verbonden bewijsrechtelijke status.
Ten vierde kan een handtekening partijen en dan vooral consumenten beschermen tegen overijling.
Als in arbitrage in plaats van een schriftelijke handtekening een elektronische handtekening zou worden gebruikt ligt het voor de hand dat aan een aantal eisen moet worden voldaan om de waarborgen, die een schriftelijke handtekening biedt, te behouden. Onder andere zullen de rechtsgevolgen, verbonden aan het gebruik van een dergelijke handtekening geregeld moeten zijn. Ook zal er iemand moeten zijn die zonodig met zekerheid kan zeggen wiens elektronische handtekening in voorkomend geval is gebruikt. Certificatie door certificatiedienstverleners (TTP's, Trusted Third Parties, zie 2.11) kan hier uitkomst brengen. De Richtlijn betreffende de elektronische handtekening voorziet daarin. Deze vereist dat de lidstaten vijf onderwerpen regelen:
de markt van certificatiediensten;
de civielrechtelijke aansprakelijkheid van certificatiedienstverleners;
de erkenning van gekwalificeerde certificaten uitgegeven in een derde land;
de rechtsgevolgen verbonden aan gebruik van de elektronische handtekening, en
de bescherming van persoonsgegevens.
De Richtlijn betreffende de elektronische handtekening wil vooral het gebruik van elektronische handtekeningen vergemakkelijken en tot de wettelijke erkenning ervan bijdragen. Er moest een juridisch kader komen voor elektronische handtekeningen en voor bepaalde certificatiediensten, alles ter bevordering van de gemeenschappelijke markt. Een aantal lidstaten had al vóór de Richtlijn wetgeving betreffende de elektronische handtekening ingevoerd. Zo had Duitsland het Signaturgesetz 1997 geïncorporeerd in art. 3 van de Informations- und Kommunikationsdienste Gesetz, een wet die een raamwerk creëerde voor certificatiedienstverleners (de Trusted Third Parties). Ook Italië had wetgeving op het terrein van de elektronische handtekening gemaakt waaronder een regeling betreffende de juridische erkenning van digitale handtekeningen.2
De Europese Commissie bekeek deze initiatieven met argusogen. De vrees bestond dat uiteenlopende regels voor de wettelijke erkenning van elektronische handtekeningen en voor de accreditatie van certificatiedienstverleners in de lidstaten grote belemmeringen zouden kunnen opwerpen voor het gebruik van elektronische communicatie en voor de elektronische handel. En dat moet in een Economische Unie natuurlijk worden tegengegaan. Daarom wilde men met de Richtlijn bereiken dat duidelijke gemeenschappelijke randvoorwaarden voor elektronische handtekeningen het vertrouwen in de algemene aanvaarding van de nieuwe technologieën zouden bevorderen. Ook moest worden voorkomen dat wetgeving in de lidstaten het vrije verkeer van goederen en diensten binnen de interne markt zou belemmeren.3
Met de Richtlijn is verder beoogd het gebruik van elektronische handtekeningen te vergemakkelijken en tot de wettelijke erkenning ervan bij te dragen. De bedoeling is dat door het bieden van rechtszekerheid over de juridische status van de elektronische handtekening het vertrouwen in dit middel wordt gestimuleerd.4
De Richtlijn maakt onderscheid tussen 'gewone' elektronische handtekeningen en 'geavanceerde' elektronische handtekeningen. Onder een 'gewone' elektronische handtekening wordt verstaan: elektronische gegevens die zijn vastgehecht aan of logisch geassocieerd zijn met andere elektronische gegevens en die worden gebruikt als middel voor authenticiteit (art. 1 van de Richtlijn).
Onder 'geavanceerde' elektronische handtekening wordt volgens art. 2 van de richtlijn verstaan: een elektronische handtekening die voldoet aan een aantal eisen:
zij is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden;
zij maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;
zij komt tot stand met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden, en
zij is op zodanige wijze aan de gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord.
De Richtlijn diende voor 19 juli 2001 in de Nederlandse wetgeving verwerkt ('geïmplementeerd') te zijn.
De uiterste invoeringsdatum 19 juli 2001 is weliswaar niet gehaald, maar nu is er dan toch wetgeving: de op 21 mei 2003 in werking getreden Wet elektronische handtekeningen en het bijbehorende Besluit elektronische handtekeningen (Stb. 2003, 199 en 200).