E-arbitrage
Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/2.5:2.5 Verdere initiatieven van UNCITRAL
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/2.5
2.5 Verdere initiatieven van UNCITRAL
Documentgegevens:
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS397917:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Verschillende landen hebben het verdrag ondertekend, waaronder de Russische Federatie, de Centraal Afrikaanse Republiek, Senegal, China, Libanon, Madagascar, Paraguay, Sierra Leone, Singapore en Sri Lanka. Drie ondertekeningen zijn vereist om het Verdrag in werking te laten treden.
Guide to Enactment to the UNCITRAL Model law on Electronic Commerce, paragraaf 6.
A/60/21, www.uncitral.org.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
UNCITRAL heeft verder drie initiatieven genomen die bedoeld zijn om nationale wetgeving betreffende het gebruik van ICT in contracten te harmoniseren. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft achtereenvolgens aanvaard:
op 12 juni 1996 de UNCITRAL Model Law on Electronic Commerce;
op 5 juli 2001 de UNCITRAL Model Law on Electronic Signatures;
op 23 november 2005 het Verdrag inzake het gebruik van elektronische communicatiemiddelen in internationale contracten.1
Ad 1: Deze Model Law on Electronic Commerce is bedoeld om het gebruik van moderne communicatiemiddelen en middelen voor opslag van informatie te faciliteren. De bedoeling is standaarden te bieden waardoor in elektronische media gelijkwaardige vervangers kunnen worden geboden voor begrippen als 'schriftelijk', 'handtekening' en 'origineel'.
Volgens de 'Guide to Enactment' die bij de Model Law on Electronic Commerce hoort kan deze wet 'be useful in certain cases as a tool for interpreting existing international conventions and other international instruments that create legal obstacles to the use of electronic commerce for example by prescribing that certain documents or contractual clauses be made in written form'.2
Art. 6 luidt: 'Where the law requires information to be in writing, that requirement is met by a data message if the information contained therein is accessible so as to be usable for subsequent reference'.
Daarmee is beoogd een definitie te geven van het begrip 'in writing' waaraan een data bericht moet voldoen, onverschillig of dit is opgenomen in een document, een tekst of een andere papieren informatiedrager.
Met het woord 'accessible' is beoogd uit te drukken dat informatie in de vorm van computergegevens gelezen en begrepen moet kunnen worden en dat de software die nodig is om de informatie leesbaar weer te geven bewaard moet blijven.
Het begrip 'Data message' en EDI (Electronic Data Interchange) wordt gedefinieerd in art. 2:
'Data message' means information generated, sent, received or stored by electronic, optical or similar means including, but not limited to electronic data interchange (EDI), electronic mail, telegram, telex or telecopy'.
'Electronic data interchange (EDI)' means the electronic transfer from computer to computer of information using an agreed standard to structure the information'.
Ad 2: Deze Model Law on Electronic Signatures is bedoeld om extra juridische zekerheid te bieden bij het gebruik van de elektronische handtekening. De wet geeft in aansluiting op de Model Law on Electronic Commerce betrouwbaarheidsmaatstaven waaraan voldaan zou moeten worden wil sprake zijn van gelijkwaardigheid tussen de elektronische en de met de hand geschreven handtekening. De wet volgt een technologieneutrale aanpak. Er wordt dus niet aangeraden een specifiek technisch product te gebruiken. De wet vestigt verder grondregels voor gedrag dat als leidraad kan dienen ter beoordeling van eventuele aansprakelijkheid van de ondertekenaar, van de partij die op de handtekening vertrouwt en van 'Trusted Third Parties' (wat dat zijn komt later, in 2.11, aan de orde) die betrokken zijn bij de gang van zaken.
Ad 3: Het gaat hier om de United Nations Convention on the Use of Electronic Communications in International Contracts.3 De bepalingen van het Verdrag zijn van regelend recht (art. 3). Volgens art. 8 en 9 hebben elektronische communicatie en een elektronische identificatiemethode dezelfde rechtskracht als een geschrift en een schriftelijke handtekening, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Het gaat hier om voorwaarden die waarborgen dat de elektronische communicatie en de elektronische handtekening dezelfde functies vervullen als het geschrift en de schriftelijke handtekening. Art. 3:15a BW (elektronische handtekening, zie 2.8 hierna) en art. 6:227a BW (schriftelijke vorm langs elektronische weg, zie 2.10 hierna) hebben dezelfde strekking als de bepalingen van het verdrag.
Art. 10 van het verdrag komt erop neer dat een elektronische communicatie wordt geacht te zijn verzonden als zij het informatiesysteem van de afzender heeft verlaten en wordt geacht te zijn ontvangen als zij beschikbaar is om te worden opgehaald op een elektronisch adres dat door de geadresseerde daartoe is aangewezen. Het artikel bepaalt niet op welk tijdstip een elektronische verklaring geacht wordt haar werking te hebben. Zie voor het Nederlandse recht art. 3:37 lid 3 BW, waarover later (4.3) meer.